"Dit zijn de vragen die ze hebben ingestuurd, niet de vragen die ze hadden willen stellen!"

Springsteen geeft dubbel vragenuurtje aan fans

"Dit zijn de vragen die ze hebben ingestuurd, niet die ze hadden willen stellen!" 01-12-2010

Op 15 november, de dag voor de Amerikaanse release van de Darkness-box, was Bruce in de studio van Sirius Radio om vragen van fans te beantwoorden. De radiozender had een prijsvraag uitgeschreven voor de beste vraag aan Springsteen over Darkness, die drieduizend reacties opleverde. Twintig fans mochten in de studio persoonlijk hun vraag aan Bruce stellen, enkele andere fans mochten hun vraag aan Bruce telefonisch stellen. Dave Marsh, Springsteens biograaf en tegenwoordig presentator op E Street Radio, leidde de uitzending. Bruce beantwoordde alle gestelde vragen geduldig, goed doordacht, serieus maar ook met humor. Dit is een selectie van de vragen en antwoorden.

Dave Marsh: We zitten hier met Bruce Springsteen, hij beantwoordt vragen van twintig prijswinnaars die naar mijn mening de beste vragen hebben ingestuurd...

Bruce Springsteen: Dit zijn de vragen die ze hebben ingestuurd, niet de vragen die ze hadden willen stellen. Laten we dat heel duidelijk maken, laten we niemand voor de gek houden.

Steve Van Zandt heeft ooit gezegd dat hij 30 jaar terug in de tijd wilde om Darkness on the Edge of Town opnieuw te mixen. Heb je nu eindelijk Stevie blij gemaakt?

Bruce: Nee, en dat zullen we ook niet gaan doen. Het album is opnieuw gemasterd. Door iets letterlijk opnieuw te mixen – en dan vooral iets waar mensen al 30 of 40 jaar naar luisteren en iets wat eigenlijk al goed gemixt was – wordt het accent van het album, onnodig verschoven. Dat vind ik. Ik heb dat nooit overwogen. Platen hebben hun moment in de tijd. Het is een resultaat van goed doordachte plannen – die verkeerd zijn gelopen, sommige zijn goed uitgepakt – de chaos van het moment, geluk, ongeluk, wie je bent tegengekomen en wie niet op dat ene moment. Het zijn organische dingen die ontstaan zijn en zijn wat ze zijn. Dat is de schoonheid ervan.
Ik luister naar alles wat we ooit gemaakt hebben en denk dan dat het anders had gekund maar je moet respecteren wat het is geworden. Als je geïnteresseerd bent in hoe het had kunnen klinken, dan zou je moeten luisteren naar de 21 nummers op The Promise, de outtakes die bij de box zitten. Die zijn door Bob Clearmountain gemixt en kenden we ten tijde van Darkness on the Edge of Town niet eens. Dat is interessant, we konden muziek nemen die we vijf jaar voordat we Bob hadden ontmoet, hadden opgenomen. Bob heeft dat gemixt en heeft dat fantastisch gedaan. Het was erg plezierig om die muziek tot leven te horen komen.

Je hebt zoveel nummers geschreven en opgenomen voor Darkness. Heb je ooit overwogen om er een dubbelalbum van te maken zoals je later met The River hebt gedaan?

Bruce: Nee. Dat kwam pas twee jaar later in beeld door Darkness on the Edge of Town. We zeiden toen dat we op dat album (Darkness, red.) maar één dimensie konden plaatsen van wat we deden. Ik zou die plaat niet op een andere manier hebben willen maken. De focus ervan was essentieel voor ons om duidelijk te kunnen maken waar we voor stonden en wie we wilden zijn, waar we over wilden zingen. Het was juist erg belangrijk dat de plaat beknopt was. Die plaat maakte de ruimte vrij voor ons om meer open en wat speelser te zijn en nummers waarvan ik vond dat het cafénummers en popnummers waren, op de plaat te zetten.
In die tijd van Darkness zei ik in interviews dat ik niet als een revivalist wilde worden gezien, wij hadden het talent en we hadden de muziek van de jaren vijftig en zestig goed bestudeerd en we wisten hoe we dat soort platen moesten maken. Toen ik Gary Bonds ontmoette, vroeg ik hem: “Wat is er met dat geluid (van de jaren vijftig in de muziek van Bonds, red.) gebeurd?” Hij zei: “Ik ben vergeten hoe ik dat moet maken.” Toen zei ik: “Ik denk dat wij weten hoe je dat geluid maakt.” Dat was het geluid dat op de platen van Bonds te horen is. Wij wisten hoe je dat kon vangen. Maar ik wilde niet in dat genre vast komen te zitten, dus ik bleef uit de buurt van muziek die sterk aan die stijl deed denken. Ik zocht een stem in plaats van een stijl. Ik vond dat ik nog niet genoeg had gedaan om al een overvloed van twee platen te maken, ik probeerde iets te maken wat definitief was. Darkness maakte de weg vrij zodat we onszelf toestonden The River te kunnen maken.

Door welk nummer dat je niet op Darkness gezet hebt, heb je de meeste slapeloze nachten gehad?

Toen we klaar waren met Darkness, hadden we er zo lang aan gewerkt dat het heel makkelijk was om te kunnen slapen. Ik heb nergens van wakker gelegen. Ik was blij dat het klaar was. Ik weet nog dat ik naar mijn hotel ging, ik legde de plaat op een kleine platenspeler, luisterde ernaar en zei: “Ik vind het niet mooi”, en toen hebben we de plaat uitgebracht. Ik wist op dat moment dat dit het beste was wat ik kon doen. Er is veel over ‘The Promise’ gesproken, maar ik wist vrij zeker dat ik toen niet op mijn gemak was met het nummer. Nogmaals, als ik ergens niet zeker van was, dan liet ik het achterwege. Als ik terugkijk, heb ik nergens spijt van. Als je ons op de Paramount-film de plaat van begin tot het einde ziet spelen, ongeveer een jaar geleden, dan weet ik niet wat ik er nog aan had moeten toevoegen. Op het einde, met de laatste noten van ‘Darkness’, dan is dat alles wat ik te zeggen had. Ik was er tevreden over.

‘The Promised Land’ is een van de meest inspirerende rock-’n-rollnummers die ooit opgenomen is.

Ga door, je doet het geweldig…

Van alle nummers die voor Darkness on the Edge of Town zijn opgenomen, hoe dicht bij de afvallers zat dat nummer?

Dat nummer is nooit afgewezen. Dat nummer, ‘Badlands’, ‘Racing in the Street’, ‘Prove it All Night’, veel van de nummers die op de plaat staan hadden we nooit overwogen om van de plaat te halen. Heeft iemand een exemplaar van het notitieboek? Dan kan ik door de tracklistings gaan en dan zie je wat bijna op de plaat was gekomen en wat is afgevallen. (Bruce krijgt de box aangereikt en bladert door het notitieboek.) Een nummer getiteld ‘Don’t Look Back’ was een tijdje in de running. Niet veel andere nummers. Als ik iets tegenkwam, dan wist ik: dit nummer wil ik. Dan werkte ik er hard aan om het op de plaat te krijgen. Als het goed voelde en het ergens over ging waar ik graag over wilde zingen. Er was misschien iets wat wisselde met ‘Candy’s Room’ of zo. Maar toen de plaat bijna klaar was – het duurde zo lang voordat we daar waren, ‘Darkness on the Edge of Town’ was het allerlaatste nummer dat we opnamen – toen had ik een heel goed gevoel over wat ik graag wilde.

Was er ooit een moment tijdens die periode van de rechtszaak dat je erover dacht om de rock-’n’-rolldroom op te geven?

Nee, ik kon niets anders. Ik zeg altijd tegen mijn kinderen: “Jullie hebben het geluk dat we geboren zijn in het tijdperk van reproduceerbare techniek. Anders reden jullie nu achterin de wagen en droeg ik nu een clownsmuts.” Het was uitgesloten dat we iets anders zouden gaan doen. Er was geen alternatief.

‘Darkness on the Edge of Town’ is het enige titelnummer van alle albums dat als slotnummer gekozen is. Wanneer is het geschreven en opgenomen en waarom heb je besloten dit als titel voor het album te kiezen?

We namen het pas op het einde op, dus dat moet betekenen dat ik het ook pas tegen het einde aan geschreven heb. Daarvoor denk ik dat het album Badlands zou gaan heten. Ik herinner me dat als een mogelijke titel. Ik kwam met Darkness want we namen het op na de feitelijke sessies. Ze hadden een van de studio’s van The Record Plant gesloopt, er waren binnen alleen nog maar betonnen muren. Normaal waren de muren bekleed. Nu lieten we de band komen en speelden we tussen die muren. Ik dacht later: misschien had de rest van de plaat ook zo kunnen klinken als die bewuste opname. We deden dat op het laatste. Eureka, eindelijk hadden we het geheim ontdekt. Nadat we het hadden opgenomen herinner ik me niet een grote discussie meer over de titel, het leek een goede keuze te zijn.

Hoe zou Darkness on the Edge of Town eruit gezien hebben als je Jon Landau niet had ontmoet?

Dat is onmogelijk te zeggen… Niemand heeft me ooit gevraagd dat voor te stellen. Dan lag ik nu in de goot, een arme jongen die nu voor een paar centen zou spelen. Mister Landau en ik werken samen. Je komt zulke mensen niet zo vaak tegen. Dat is me pas een paar keer gebeurd, de jongens in de band, Steve, Charlie Plotkin, Jon, Brendan O’Brien recentelijk. Een paar in mijn leven. Ik was niet iemand die veel vrienden had. We waren een gesloten team en dat hielden we ook vast. We waren niet geschikt voor de mainstream van platenproductie, want onze gewoontes waren zo pijnlijk bizar dat mensen die platen maakten voor hun beroep, het niet met ons hadden kunnen volhouden. We maakten een plaat en gooiden die weer weg. Als iemand erbij zou komen en na de eerste tien nummers zou denken dat we klaar waren… Nee, dat waren alleen nog maar de eerste tien, we gooien de eerste twintig weg. Misschien bewaren we er eentje. Iemand met goede bedoelingen – ook al zou hij slechts normaal betaald willen worden – zou dat niet vol kunnen houden en dan zouden we die weer niet aardig vinden. Jon had een bepaalde stabiliteit die de rest van ons niet had, maar ook basale gekte en een onzekere behoefte om vol te houden bij deze pijnlijke opnamesessies. Wat iemand tot een partner maakt is een vreemd iets, iets chemisch, psychologisch en er moet een plek zijn waar je hart en je verlangen samenkomt. Toen Jon voor het eerst bij ons kwam had hij een proces. De wijze waarop hij een producer werd – en dat is hoe de relatie begon – was dat ons eigen proces niet meer werkte en daarom waren wij op zoek naar iemand anders. Wij wisten niet meer hoe we de meest basale dingen moesten doen. We konden geen nummers meer opnemen of platen maken. Nadat we ‘Born to Run’ hadden opgenomen, het nummer, toen gebeurde dat, we gingen de plaat Born to Run opnemen maar het lukte niet. Iemand moest ons komen helpen. Jon kwam erbij en hij had verschillende talenten en eigenschappen waardoor wij verder met resultaat aan het album konden werken. Dan krijgt iemand een blauwe strik omgehangen en dan houden we die erbij. Dat werkte en hij kon mijn gekte weerstaan en hij begreep goed dat we iets specifieks wilden bereiken en dat het waard was om daar al die tijd aan te besteden. We pasten goed bij elkaar en we konden elkaar versterken. Het was geen gemakkelijk begin voor hem. We lieten niet veel mensen toe, want we vertrouwden niet veel mensen. We waren erg provinciaal, kwamen uit een kleine stad. Ik had een platencontract, maar ik had nog nooit iemand anders ontmoet die ook een platencontract had. Ik kende geen advocaat. Ik was een freak. Sommige bandleden hadden nog niet eens in een vliegtuig gezeten. Iedereen kwam uit een beperkte, enerzijds rijke maar wel klein kring. Als we iemand binnen lieten, dan werd je ook onderdeel van de brotherhood. Dat namen we erg serieus. Je hebt veel geluk als je ook kunt werken met je vrienden. Een kort antwoord op je vraag, na mijn lange reactie, is: “Ik kan mijn leven niet voorstellen zonder Jon Landau.”

Twijfelde je om het nieuwe materiaal live te spelen en was je bang voor een negatieve reactie van fans op het meer intense geluid op Darkness?

Op dat moment waren we maar alleen bezorgd of überhaupt nog reacties van fans zouden krijgen. Of het nou negatief of positief zou zijn, we waren eerder bezorgd of er nog fans waren. Want het was drie jaar geleden, een hele tijd. Het enige waar ik veel vertrouwen in had was dat we heel erg goed waren. Ik vond dat we een hele goede plaat hadden gemaakt. Dat is het enige waar je vanuit kunt gaan. Daarna, of iets negatief of positief wordt ontvangen… Ik vind dat ik er hard over heb nagedacht en hard aan heb gewerkt en dit is het beste wat ik kan leveren. Mijn werk is dat ik iets maak en uitbreng en mensen kunnen ervan vinden en zeggen wat ze willen. Dat zijn de regels van mijn spel. Je hebt gelijk, toen Darkness uitkwam, werd het niet heel warm ontvangen. Het kreeg een paar goede recensies, maar fans waren ambivalent vanwege de toon en omdat het niet direct in de voetsporen van Born to Run trad. Een van mijn eerste herinneringen eraan: ik was in een hotel en een jongen kwam naar me toe en zei: “Hé, ik heb je plaat, ja hij is niet zo goed als je vorige maar ik vind ‘m wel aardig.” Toen zei ik: “Bedankt.” Zulke reacties waren er veel. Maar toen gingen we het live spelen en kwamen de mensen erin door de live performance van de band toentertijd. Nu kom ik veel mensen tegen die het hun favoriete plaat noemen. We herkenden wel dat het niet direct goed werd ontvangen, maar we werkten er in het eropvolgende jaar hard aan om het aan onze luisteraars te introduceren.

Ik vond altijd dat de ’78-uitvoering van ‘Prove it All Night’ het beste van de E Street Band live was door het lange piano-intro. Hoe kwam dit arrangement tot stand kwam en waarom hebben we het sindsdien niet meer gezien?

Ah, jij bent een van die ’78 piano-intro jongens. Er zijn verschillende klonen van jou op verschillende plaatsen door de Verenigde Staten. Het was slechts een soort begin… toen dacht ik: hoe kan ik het meer dramatisch laten klinken? Laten we starten met de beginakkoorden (Bruce speelt de akkoorden op zijn akoestische gitaar) en Roy kan iets spelen en dan speel ik sologitaar. En dan bouwt het verder en verder op en begint het nummer. Het was slechts een middel, iets wat toen goed werkte. Als je dat nog eens zou willen horen, dat zal waarschijnlijk niet meer gebeuren, mijn vriend. Maar het was goed zo lang het duurde.

Hoe moeilijk was het om terug te gaan naar de outtakes, de nummers van The Promise van dertig jaar geleden, het afronden van gitaarpartijen, zang, het toevoegen van strijkers? Was er terughoudendheid, wilde je ze niet te veel aanpassen?

Ik deed het vrij ontspannen. Ik had eerst vier, vijf of zes outtakes die ik vond en toen vonden we ‘The Promise’, die is geheel origineel zoals we ‘m hadden opgenomen. Dat zou de versie zijn geweest die op de plaat was gekomen als we die gebruikt zouden hebben. Er waren veel dingen die bijna klaar waren. Sommige dingen moesten nog wat tekst hebben, hier en daar een zangpartij. Ik deed het ontspannen, ik zong sommige dingen een paar keer. Als ik vond dat het klopte, liet ik het los. Ik wilde er niet te veel werk aan besteden. Met uitzondering van de mix heb ik geen dingen gedaan die ik, als ik de nummers in ’78 afgemaakt zou hebben, toen niet gedaan zou hebben. Dat was de benadering die ik koos. Het enige voordeel die de tijd heeft opgeleverd voor de onafgemaakte stukken was dat ik nu veel meer relaxed was om het af te maken. Toen legde ik mezelf heel veel druk op en heb ik me letterlijk ingeprent om enkele heel goede nummers niet af te maken. Door nu die afstand te hebben, stond ik me toe er meer ontspannen aan te werken en er überhaupt aan te werken, iets wat ik mezelf inprentte niet te doen eind jaren zeventig.
Toen ik eenmaal bezig was, kreeg ik de smaak te pakken, zoals me dat vaak gebeurt. En ik bleef dingen vinden en vinden. We raakten opgewonden: “Wow, er zijn behoorlijk wat nummers.” Bob begon met mixen en het klonk geweldig. We kregen er plezier in. Ik begon eraan aan het begin van de zomer, ik deed het vooral in mijn vrije tijd, twee à drie uur in de middag. Ik hoefde me niet in het zweet te werken, dat zweten had ik al veel eerder gedaan. Maar het was leuk om terug in de tijd te gaan en al die muziek te vinden, dat had ik niet verwacht. Ik wist niet dat er zo veel was dat we niet hadden uitgebracht. Ik dacht dat we met Tracks het beste wel hadden uitgebracht. Ik denk dat daar zes of zeven nummers op stonden.
Maar nu met Sirius Radio heb ik een soort archief, ik bel ze op en kan meer van hen leren over mijzelf dan dat ik van mezelf weet. Ik vraag hen: “Hebben jullie iets goeds wat ik in de jaren zeventig deed?” Zij komen dan met iets en ik ga in de kluis (vault, red., vandaar die naam op de box) zoeken naar de master reel. Die bron was erg waardevol voor mij. Er was muziek die ik compleet vergeten was. Toen ik de plaat liet horen aan de band, waren er bandleden die zich veel van de muziek die we op plaat hadden opgenomen helemaal niet meer konden herinneren. Veel was in één opname vastgelegd. Er was iets wat we tijdens een lunch hadden opgenomen. Jon Landau speelt drums en de man waar ik toen min of meer mee samenwoonde, mijn roadmanager, speelde bas. Steve speelde piano en ik gitaar. ´It´s a Shame´ of zoiets, ik ben de titel vergeten. Dat was opgenomen toen de bandleden hun lunch waren gaan eten. Zo waren er best veel nummers die we in een keer opnamen. ´Breakaway´ hebben we maar een keer gespeeld. Veel nummers hebben we snel gedaan en nooit meer naar omgekeken.

Is The Promise een album zonder een bepaald thema, dat je niet in z’n geheel hoeft te beluisteren, of is het, net als zo veel platen in je catalogus, noodzakelijk het te beluisteren als een compleet werk?

Ik heb geen echte voorkeur meer. Deze plaat werkt zeker met losse nummers, je kunt elk stuk apart beluisteren. Ik weet niet of er een thema in zit. Dave (Marsh, red.) zei me dat er een thema in zit…

Dave Marsh: Ik denk dat alles wat start met ‘Racing in the Street’ en eindigt met ‘The Promise’…

 Ik denk dat je daar gelijk in zou kunnen hebben. Maar ik heb er geen thema in gestopt. Darkness, The Rising en Magic, dat waren platen waarbij ik – toen ik het materiaal bij elkaar kreeg – een rode draad zocht. Ik plaats die er niet bewust in. Anders wordt het te zeer een intellectueel proces. Ik werk en schrijf veel met een algemeen idee in mijn achterhoofd. Dat heeft een bepaalde boog en die volg ik. Op die manier maak ik een tracklisting van de plaat. Vooral als je naar Magic luistert, hoor je dat tot het einde van de plaat.
Dit (The Promise, red.) is een album met een verzameling van nummers. Maar het werkt als een album. Een van de dingen die ik zei toen het klaar was, is: het is niet slechts een collectie met verscheidene outtakes op twee cd’s, het werkt als een compleet dubbelalbum dat op zichzelf staat, op een hele mooie manier.

Dave Marsh: bedoel je dat ook met betrekking tot de muzikale flow?

Bruce: Ja, soms zit je met drie rustige nummers achter elkaar, dan ga je iets te ver. Paul Simon vertelde me ooit dat hij eerst alle muziek schrijft, die dan achter elkaar zet voor op de plaat en dat hij dan pas de teksten schrijft. Hij bepaalt de volgorde van de nummers dus geheel op basis van de muziek. Dat moet je ook in gedachten nemen. Je moet je realiseren dat er mensen zijn die het vanaf het eerste tot het laatste nummer beluisteren. Ik maak mijn platen zo dat dit een goede ervaring is voor de luisteraar. Maar uiteindelijk is het popmuziek, mensen gebruiken het op verschillende manieren, er zijn mensen die het opzetten om naar te luisteren terwijl ze het huis stofzuigen, of de was doen, of ze gaan in het donker zitten te luisteren.


Bruce met Paul Simon in Madison Square Garden, New York op 13 december 1987
bij een benefiet voor dakloze kinderen.

Thunder Road wordt een paar keer genoemd in het nummer ‘The Promise’. Wat probeerde je duidelijk te maken met de verwijzing naar het openingsnummer van Born to Run?

Ik denk dat ik wel iets duidelijk wilde maken. Het was alleen maar een reflectie van de hoop uit dat bepaalde nummer, “we’re pulling out of here to win”. ‘The Promise’ is een nummer dat gaat over een groot verlies, en niet over winnen. Het was een manier om dat nummer te gebruiken voor verlichting. Ik was er altijd onzeker over om het op die manier te gebruiken, maar ik heb het toch gedaan. Dat kan ook een van de redenen zijn geweest waarom het niet op de plaat kwam. Het werkt als een geheel nu, maar het was gebruikt om iets anders te zeggen, verlichting, maar met dezelfde woorden.

Dave Marsh: Volgens mij vertel je het verhaal wel eens, volgens mij voor ‘The Promised Land’ (moet zijn ‘Thunder Road’, red.), dat je dat bord gezien had in de woestijn van Utah, met de tekst: “This is a land of peace, justice and no mercy” en de pijl die wees naar “Thunder Road”. Was dat voor of na dat nummer, of heeft dat er soms iets mee te maken?

Bruce: O, dat weet ik niet, ik heb dat bord gezien, volgens mij… de foto’s die in het blauwe notitieblok zitten, genomen door Eric Meola... we hebben een reis gemaakt, we vlogen naar Salt Lake City, kochten een auto voor 2.000 dollar en reden naar Reno Nevada, als ik het me goed herinner. Dat is interessant, ‘The Promised Land’ had ik toen nog niet geschreven, want ik passeerde toen de rattlesnake speedway tijdens die reis. Dat was toen nog niet geschreven. Ik kwam wat dingen tegen die sterke beelden opriepen, die ik mee terug nam. We kwamen langs een soort bouwplaats, met een soort kunstwerken, en daar hing dat bord. Maar er was natuurlijk ook die film van Robert Mitchum waar ik de titel van had.

Vond je de commotie die ontstond onder je fans amusant toen ‘The Way’ niet bij de nummers van de tracklist in het persbericht zat?

Of ik de commotie amusant vond? Ik geef toe dat ik de commotie onder de fans af en toe amusant vind. Dat kietelt me…

Dave Marsh: Was er een reden voor om van dat nummer een hidden track te maken?

Bruce: De voornaamste reden is dat ik het nummer nooit goed gevonden heb. Ik zou het graag in een David Lynch-film zien, onder een enorm seksueel perverse scène. Dat is, volgens mij, waar het thuishoort. Ik heb een ambivalente relatie met dat nummer, het is zo red-blooded en ik zing met die grote baritonstem. Maar de mensen die het nummer goed vinden, vinden het dan ook echt goed. Meneer Jimmy Iovine, ik sprak hem laatst aan de telefoon en hij zei (Bruce doet een geagiteerde Iovine na): “Man, ik kan het niet geloven, waar… waar… waar is… man ‘The Way’ staat er niet op!” En ik zei: “Heb je er naar geluisterd?” “Eh, nee…” “Nou dan, luister er dan naar.” “Wat bedoel je?” “Zet het op, en luister naar de plaat.” “Oké”. Die jongen lobbyde in 1978 voor dit nummer alsof hij erbij neerviel. Maar hoe dan ook, het staat erop.

Was er een stem in je hoofd die zei dat je het nummer ‘Talk to Me’ aan Southside Johnny wilde geven?

(Gekscherend) Ik heb geen enkel nummer aan Southside gegeven, eigenlijk gaf ik toentertijd helemaal niet zo veel om Southside. Maar Steven werkte met hem en ik herinner me dat Steven de productie deed (voor Southside’s album, red.). Toen Steven bij de E Street Band kwam, kaapte ik hem weg bij Southside. Southside en hij waren een heel goed team. Ze speelden in de Stone Pony en waren geweldig. Ik vroeg Steve voor de E Street Band, dus ik voelde me een beetje schuldig. De nummers die uit de Darkness-sessies kwamen en die eindigden op de plaat van Southside – ‘Talk to Me’ en ‘Hearts of Stone’. Steve kwam aan het einde van die plaat en hij had nog een paar nummers nodig. En ik had deze liggen. Maar hij had geen tijd om de nummers op te nemen, dus de opname waar je mij hoort zingen en de opname waar je Southside hoort, dat is precies dezelfde plaat. Er zijn geen Asbury Jukes op die nummers, wie dat toentertijd ook waren. Ik nam de E Street en gaf het aan Steve, en Steve liet Southside erop zingen. Steve plaatste toen de blazers erop. En die zitten nu ook op de E Street Band-versie. Het is dus door elkaar gehaald, het zijn exact dezelfde muzikanten die exact dezelfde versie spelen. Behalve dat ik op eentje zing en Southside op de andere. Het was altijd leuk iets voor Johnny te schrijven – we komen allemaal uit Asbury – hij heeft een geweldige soulstem en Steve was een geweldige schrijver en arrangeur. Het materiaal waar we samen mee kwamen was altijd erg leuk voor hem.


Bruce met Southside Johnny in de Stone Pony, Asbury Park op 17 april 1977.

Heb je ooit betreurd dat je ‘Because the Night’ niet zelf gehouden hebt en op Darkness hebt gezet?

Nee, want ik kon het niet afmaken. Het is een liefdesnummer en de karakters op Darkness… het was er toen nog niet. Darkness was mijn samoerai-plaat, een strijder alleen. Maar dit nummer kwam wel dichtbij. Het nummer zou niet bestaan hebben als Patti (Smith, red.) het niet had afgemaakt. Zij heeft ervan gemaakt wat het is. Ik had een goed refrein en een paar regels en de muziek was geweldig, maar het is niet af voordat het af is. Voordat iemand het allemaal samenbrengt.


Bruce met Jimmy Iovine en Patti Smith

Dave Marsh: Op The Promise zing je haar tekst. Wanneer heb je dat gedaan, toen of recentelijk?

Bruce: Nee, ik heb dat recentelijk gedaan. Ik heb dat zo gedaan want ik wilde haar tekst gebruiken. In het verleden had ik een mix van haar tekst en die van mij. Maar toen we het in Madison Square Garden zongen (in oktober 2009 met de 25th anniversary concert van de Hall of Fame, red.), zei ik: “Wow, die tekst is zo goed.” Dus toen ik de kans kreeg het opnieuw in te zingen, wilde ik zeker zijn haar hele tekst te zingen. Dit nummer heeft op de plek gestaan waar ‘Candy’s Room’ stond, dit nummer was heel dichtbij (om op Darkness uitgebracht te worden, red.). Maar ik had het nog niet. Het was niet aan mij om het op de plaat te zetten, het was aan haar.

Dave Marsh: En het heeft een geschiedenis gehad van vrouwelijke zangeressen, Nathalie Merchant van de 10,000 Maniacs…

Bruce: Klopt en ik kan me geen coverversie herinneren met een mannelijke stem. Niet voor zover ik weet. Dat is interessant.

Dave Marsh: ‘Save My Love’ heb je in Barry’s beelden gevonden, toch?

Bruce: Ik zei: er was er eentje die ontsnapt is… Het had die geweldige melodie, die zat altijd in mijn achterhoofd. Dat is grappig, je vergeet die dingen niet, die blijven bij je, dertig jaar lang. Hoe dat komt, weet ik niet. Ik kan verdwalen als ik ergens heen moet, maar alles wat ik ooit muzikaal gedaan heb – een plaats waar we opgetreden hebben – dat herinner ik me. Mijn geheugen is erg goed. We keken naar de beelden van Barry en daar was het! We speelden het in de boerderij op een zomernamiddag. Het bevatte een paar woorden, maar niet zo veel. Ik zei: “Die moet ik afmaken.” Dat was het enige nummer dat we nieuw hebben opgenomen. Daarvoor hebben we de oude 24-sporen taperecorder genomen, zodat het hetzelfde opgenomen zou worden als dat we in 1978 gedaan zouden hebben. We gingen meteen analoog… Dat is een van mijn favoriete nummers, want het zat al een lange tijd in mijn achterhoofd.

Tijdens de opnamesessies overleed Elvis. Had dat een effect op de opnames en de keuze voor de nummers die je op de plaat hebt gezet?

Dat is een interessante vraag. Mensen vergeten dat er twee dingen gebeurde in die tijd, de punkexplosie en Elvis die overleed. Niemand heeft me ooit, in alle interviews die ik heb gedaan, die vraag gesteld. Ik weet niet of het op enige manier de plaat beïnvloed heeft. Het nummer ‘Come on (Let’s Go Tonight)’ is een nummer dat gaat over naar Memphis gaan, voor de begrafenis van Elvis. Dus ik ben er wel over beginnen te schrijven. En dat werd later ‘Factory’.

Bruce begint op akoestische gitaar een couplet van ‘Come On (Let’s Go Tonight)’ en vervolgt:

Ja, ik ben er wel over beginnen te schrijven, dat nummer werd later ‘Factory’. Ja, het heeft toen toch wel veel impact op mij gehad.

In 1978 beklom je een grote billboard met een advertentie van Darkness on the Edge of Town om er met verf ‘Prove it All Night’ op te spuiten. Zou je dat nu met The Promise weer doen, of zie je die daden van 1978 nu als jeugdcapriolen?

Dat waren jeugdcapriolen, ik zou nu geen billboard meer beklimmen. Ik heb nu mijn mensen daarvoor, ik heb mensen die voor mij op billboards klimmen. Maar dat is een fascinerende vraag. Toentertijd was ik erg terughoudend. We hadden Born to Run gemaakt en daarmee had ik een beetje geproefd hoe je carrière in een bepaalde richting geduwd wordt waar je werk niet aan meedoet. En ik realiseerde me dat ik een manier moest ontwikkelen waarin ik me kon toestaan mijn werk te beschermen – mezelf, mijn band, hetgeen we deden – en het kon presenteren op een manier waarop ik mezelf wilde presenteren. Ik was heel erg terughoudend. Ik herinner me dat ik tegen Jon (Landau, red.) zei: ik wil geen advertenties. Geen enkele advertentie. Ik weet niet, misschien dacht ik dat mensen het album via osmose konden krijgen of zo. Jon zei: “Als er geen advertenties zijn, weet niemand dat het uitgebracht is.” Na anderhalf jaar zei ik: “Oké, een advertentie.” Maar er mocht niets op staan, alleen een foto van de albumhoes en de datum wanneer het uitgebracht werd. Ik was zo terughoudend, ik vertrouwde niemand of niets. Toen we naar Los Angeles gingen en ik de grote billboard zag… Het is ontmoedigend jezelf zo veel groter te zien dan dat je in werkelijkheid bent. Ik vond dat ik er iets aan moest doen. Dus ik klom erop, Clarence en ik… ik ben vergeten wie er nog meer bij was… Garry… Het was midden in de nacht. En uit principe spoten we verf over het hele ding. Wat we probeerden te zeggen was: dit is van ons. We willen het met jullie delen, maar het is van ons. Daarna was het datgene wat ik wilde communiceren: dit is tussen mij en tussen jullie, ik wil partners die me helpen mijn muziek naar jullie te brengen en ons te verbinden, maar dit was iets tussen jullie en tussen mij. Ik wilde dat mijn publiek dat begreep en ik wilde er zelf zeker van zijn zodat ik niet zou verdwalen. Dat was een erg goede vraag, bedankt.


Het billboard van Darkness on the Edge of Town op Sunset Boulevard in Los Angeles,
nadat het door Bruce, Clarence Clemons en Garry Tallent onder handen genomen is.

Ik heb je eens horen vertellen dat je bij je optredens energie krijgt van het publiek. Hoe was het om de Darkness-dvd te spelen zonder publiek? Hoe moeilijk was het om de intensiteit en het vuur hoog te houden tijdens de gehele show?

Bruce: Het Dublin-publiek?

Dave Marsh: Nee, de Paramount Theater, zonder publiek.

Bruce: O, zonder publiek… (lachend) Laat me je vertellen dat ik nauwelijks nog wat kan horen… Dat is een deel van de offers die ik gebracht heb voor jullie, maar voel je er maar niet schuldig om.

Het was helemaal niet moeilijk. We hebben ook wel hele intense soundchecks, we spelen wel eens twee uur tijdens een soundcheck. De oorspronkelijke dialoog die je voert, is de dialoog die je van binnen in jezelf voert. Daar begint alles. Daarna heb ik die dialoog met jou, maar het begint bij mezelf. Daar komt de dialoog met jou uit voort. ‘Badlands’, ‘Darkness on the Edge of Town’, dat zijn allemaal gevechten en gesprekken die ik van binnen in mezelf voer. Die heb ik al mijn gehele leven en die heb ik vandaag nog steeds. Dus als je een leeg theater binnenloopt, is dat niet echt leeg. Er zijn allemaal stemmen in je hoofd, mijn vriend. En die zijn nooit stil. Het enige wat je doet, is tegen hen praten en zij praten terug. Ik zeg dat een groot deel van de brandstof die je iedere avond opbrandt, van binnen komt. Een publiek kan die brandstof doen ontvlammen, er vuur aan toevoegen, iets veranderen aan de energie en de toon, maar de ontsteking is iets wat diep in jezelf begraven ligt. Dat brandt nog steeds en zal waarschijnlijk nooit uitgaan. Dat zijn vragen die nooit stoppen en nooit weg zullen gaan.
De artiesten die tot de verbeelding spreken – Hank Williams, Frank Sinatra, Elvis, James Brown, Curtis Mayfield – dat zijn allemaal mensen die fascinerend waren omdat er iets aan hen knaagde. Johnny Lydon, Joe Strummer… Er was iets wat al deze mensen dwars zat. En zij hebben geleerd om dat tot uitdrukking te brengen en ze praten er met jou over, maar oorspronkelijk hebben ze die discussie met zichzelf. Dus, spelen in een leeg theater is iets heel eenvoudigs om te doen. Het is nooit leeg…

Suggereert de release van de 30th Anniversary-uitgave van Born to Run en deze box dat we vergelijkbare uitgaves kunnen verwachten in de toekomst?

Bruce: Die vraag heb ik eerder gehad. Dat hangt er vanaf. We hadden deze ook niet gepland, een samenloop van omstandigheden leidde tot deze… Mijn vriend Barry Rebo heeft de zwart-wit beelden gefilmd die in de Born to Run-box en in de Darkness-box zitten, wat per ongeluk gefilmd was natuurlijk, want hij was slechts een jongen zoals wij, die rondhing en een camera had. Hij had geen lampen dus hij had de camera aangepast zodat het werkte als een nachtkijker, in feite. Ik weet niet hoe hij het gedaan had, maar hij was een creatieve jongen. Dus hij hoefde geen lampen te gebruiken. Ik weet niet waarom ik hem toestemming had gegeven, dat was eigenlijk niet mijn stijl toentertijd. Maar hij kwam en filmde… Het materiaal gaat terug zeker tot Max’ Kansas City (1973, red.). Hij heeft een half uur van mij opgenomen, waar ik alleen speel. Hij bewaarde het dertig jaar, want we hadden er niets mee te maken. Hij wist niet of het van hem was of van mij was. Ik denk uiteindelijk dat het van hem was, want ik heb hem er voor betaald. Maar dat werkte goed en toen hadden we al die oude beelden. Thom (Zimny, red.) zei dat er veel materiaal van Darkness on the Edge of Town bij zat. Er was interesse om dieper op de platen in te gaan die zo lang meegingen, om mensen te laten zien hoe de platen zijn gemaakt. We hebben nu het verhaal van Darkness verteld, en als we dan het verhaal van The River zouden willen vertellen, dan is dat hetzelfde verhaal, alleen twee keer zo pijnlijk. Het verhaal zou zich herhalen. Het hangt er vanaf wat we ter beschikking hebben en wat we kunnen bedenken. Ik zou graag iets voor Nebraska doen, maar we hebben geen beelden van Nebraska, dat was echt compleet per ongeluk ontstaan. Maar je weet niet wat we nog kunnen bedenken. Ik denk dat ik Barry na 1980 niet meer zo vaak zag, dus de laatste beelden zijn van The River, maar ik weet niet of hij beelden van ons in de studio heeft. Het was een unieke samenkomst van dingen die ons toestond deze rijk gevarieerde set samen te stellen. We zouden moeten zien hoe we de andere (albums, red.) kunnen benaderen. Maar ik weet zeker, van tijd tot tijd zullen we bekijken hoe we dat kunnen doen en als we iets vinden, dan doen we er wat mee.




OVER BE TRUE
E-MAILNIEUWSBRIEF