Recensie The Promise: Making of Darkness on the Edge of Town

"More than rich, more than famous, more than happy, I wanted to be great"

Recensie The Promise: Making of Darkness on the Edge of Town 06-11-2010

Een van de schatten in de Darkness-box is ongetwijfeld de documentaire The Promise, waarin de totstandkoming van Springsteens vierde album in beeld wordt gebracht. Filmmaker Thom Zimny laat de hoofdrolspelers van toen nú het verhaal achter de opnames van Darkness on the Edge of Town vertellen. Het zijn echter vooral de oude beelden die de geschiedenis, die vanuit de verschillende biografieën al wel bekend was, weer tot leven brengen. The Promise is als een reis met de teletijdmachine.

Door Jos Westenberg

De documentaire begint met beelden van Bruce in de Record Plant studio in 1977, als hij de akkoorden van ‘The Promised Land’ op gitaar oefent. Deze archiefbeelden zijn gemaakt door Barry Rebo, een vriend van Springsteen die tussen 1969 en 1980 Bruce en de band filmde. Rebo wilde in die periode zelf filmmaker zijn en hij had de beschikking over een eenvoudige camera. Bruce liet hem zijn gang gaan. Rebo mocht bij Springsteen thuis en in de studio opnames maken. Ook in de Wings For Wheels-documentaire die bij de Born to Run 30th Anniversary Edition zat, werd Rebo’s materiaal gebruikt. Juist het feit dat het een goede bekende was die zich toch al tussen Bruce en de bandleden beweegde, maakte dat iedereen zich op zijn gemak voelde met Rebo’s camera tussen alle opnames en gesprekken in. Rebo heeft meer dan dertig jaar niets met de opnames gedaan – wat prijzenswaardig is want hij had er toch een aardige cent aan kunnen verdienen – en heeft een paar jaar geleden aan Bruce gevraagd of hij er soms belangstelling voor had. Thom Zimny is al sinds het verschijnen van de 30th Anniversary Edition van Born to Run met dit archiefmateriaal aan de slag geweest om een nieuwe documentaire samen te stellen.



Rechtszaak
Het eerste deel van de film gaat over de aanloop naar de werkelijke opnames van Darkness. Springsteen was verbijsterd over het succes van Born to Run: “What was that all about?” In plaats van dat het hem zelfvertrouwen gaf, ondervond Bruce het eerder als een last die hem bij het maken van het vierde album parten speelde: “Ik moest mijn eigen verandering negeren.”
Een tweede donkere wolk die over de totstandkoming van Darkness hing, was de rechtszaak waarin Bruce tegenover vriend en manager Mike Appel kwam te staan. Appel had Springsteen in 1972 op een motorkap een contract laten tekenen waarin 50 procent van alle muziekrechten ook aan hem als manager zou toekomen. Daarnaast kon Appel bepalen met wie Bruce in de studio mocht werken. Toen Bruce met Jon Landau, die bij Born to Run het Springsteen-kamp was binnengekomen, wilde werken, verbood Appel dit. Bruce spande een rechtszaak aan, Appel op zijn beurt deed hetzelfde. Bruce legt uit: “Ik was eigenlijk zijn (Appels, red.) eigendom. (...) De rechtszaak ging over wie er controle had over mijn werk en mijn werkend leven. Al heel vroeg had ik besloten dat alleen ikzelf daar controle over wil.” Mike Appel komt zelf ook aan het woord en verklaart dat zo’n contract standaard was in die tijd. En, volgens hem, was het maar goed dat Bruce met hem dit contract had getekend en niet met een platenmaatschappij, want uiteindelijk had Appel besloten om Bruce alles terug te geven. Uiteraard heeft Bruce Appel daar nog wel goed voor betaald, maar dit wordt niet in de documentaire uitgesproken. Pas in juni 1977 duiken Bruce en de E Street Band de studio in.



In de tussenliggende periode treden ze wel veel op en repeteren ze bijna dagelijks bij Bruce thuis in een boerderij in Holmdel, New Jersey. Er zijn prachtige beelden uit 1976 te zien waar Bruce de bandleden ‘Candy’s Boy’ en een vroege versie van ‘Something in the Night’ (met afwijkende tekst) voorspeelt. Twee leden van de Miami Horns, die in die tijd met Bruce en de band tourden, zijn te zien als toehoorders.

Zeventig nummers voor een enkel album
Het volgende deel van de film gaat over de daadwerkelijke plaatopnames. De hoofdrolspelers komen allemaal uitgebreid aan het woord. Bruce, alle E Street Bandleden (inclusief Danny Federici), Jon Landau, opnametechnicus Jimmy Iovine en diens assistent Thom Panunzio en later in de film ook mixer Chuck Plotkin. Zelfs Patti Scialfa en (heel kort) Nils Lofgren komen aan het woord, ook al waren zij in die tijd geen E Street Bandleden en niet bij de totstandkoming van het album betrokken. Zij vertellen welke indruk het album op hun maakte.


Springsteen met Chuck Plotkin (links), Jon Landau en Jimmy Iovine (rechts).
Voor Darkness nemen Bruce en de band zo’n zeventig nummers op. Er komen er maar tien op het album. Dit is een grote verandering in het opnameproces ten opzichte van Born to Run, waar slechts negen nummers werden opgenomen en maar één nummer afviel. Jimmy Iovine over Bruce: “He exploded.” Er zijn veel verschillende versies van verschillende nummers (zo is de uitgebrachte versie van ‘Racing in the Street’ de 46e opname en die van ‘Prove it All Night’ zelfs de 49e), en sommige nummers lenen ook tekstflarden van elkaar. “Net als bij een auto gebeurt, haal ik sommige onderdelen uit een bepaald nummer en plaats die in een ander”, legt Bruce uit. Als voorbeeld komt ‘Factory’ aan bod, dat tekstueel en muzikaal veel overeenkomst heeft met de outtake ‘Come On (Let’s Go Tonight)’, die op de dubbel-cd The Promise staat. Bij andere nummers wordt er tijdens het opnameproces geschaafd. Voor ‘Badlands’ heeft Bruce eerst geen tekst (alleen de titel), wel muziek. En het nummer heeft oorspronkelijk geen saxofoonsolo. “Dat zou een grote vergissing zijn geweest om het zodanig uit te brengen”, erkent Bruce nu lachend. De eerste tekstversie had als beginregel: “Lights out tonight, and you’re all alone.” “I didn’t keep that one”, zegt Bruce grinnikend. Bladerend door zijn notitieboek ontdekt hij vele pagina’s en versies verderop pas de uiteindelijke tekstregel: “Lights out tonight, trouble in the heartland”.
Jimmy Iovine vertelt dat Bruce heel bewust op zoek was naar de juiste uitvoering: ”Bruce heard the song in his head, we just keep going and going.” Bandleden raakten verveeld door de lange opnames, zo werd er bijvoorbeeld uren gespendeerd aan het verkrijgen van het juiste drumgeluid. Uiteindelijk werden er weddenschappen afgesloten tussen E Streeters over de duur van een nieuwe opname, of deze wel of niet op het album zou komen et cetera.



Maar er viel toch ook wel wat te lachen. Grappig zijn de repetitiebeelden van Bruce en Steve die ‘Sherry Darling’ en ‘Talk to Me’ op piano oefenen. De rol die Steve speelt, is erg belangrijk. Als vriend geeft hij Bruce ongezouten zijn advies. Soms stond dit lijnrecht tegenover het advies van Jon Landau, die samen met Bruce op de stoel van producer zat, wat af en toe wat spanning in de studio creëerde. Bruce luistert naar beiden, maar hij houdt vooral vast aan zijn eigen, oorspronkelijke ideeën.

Outtakes
Van de afgevallen nummers worden alleen ‘The Promise’ en ‘Because the Night’ besproken. ‘The Promise’ dient als voorbeeld hoe Bruce wel drie maanden aan een nummer kan besteden en het vervolgens niet op de plaat zet. “Het voelde te dicht bij mezelf, ik kon het niet goed meer beoordelen”, zegt Bruce nu.



Een aanzienlijk deel in de film is gewijd aan ‘Because the Night’. Bruce vertelt dat hij niet zeker wist of hij een love song kon schrijven. Jimmy Iovine deed naast zijn werk voor het Darkness-project ook productiewerk voor Patti Smith. Toen Bruce hem vroeg hoe dit verliep, zei Iovine dat hij voor het album nog een single miste. Bruce gaf hem een versie van ‘Because the Night’ die nog niet af was. Smith ontving de demo en schreef er zelf een gedeelte van de tekst bij die over haar relatie met haar toenmalige vriend en huidige echtgenoot ging. Het werd uiteindelijk een hit voor Patti en niet voor Bruce. Landau vult aan: “Als hij (Bruce, red.) dacht dat een nummer een hit kon worden en als hij dat niet representatief voor hemzelf vond, dan kwam het niet op de plaat.” Zoals bekend uit de latere verhalen tijdens de opnames van The River was het Landau die Bruce uit dit gedachtenproces wist te halen met ‘Hungry Heart’, dat Bruce eigenlijk aan The Ramones wilde geven, maar dankzij Landau Springsteens eerste top-10 hit opleverde.


Bruce met Jimmy Iovine en Patti Smith
Jammer genoeg krijgt de kijker niet meer te zien welke nummers er nog meer afvielen, en waarom. Zo wordt ook ‘Fire’ niet vermeld, dat Bruce voor Elvis Presley schreef en opnam. In 1976 bezochten Bruce en Steve nog Graceland, klommen over het hek en klopten aan om te vragen of Elvis thuis was. Even later maakte Bruce dus ‘Fire’, maar Elvis overleed op 16 augustus 1977, drie maanden na het begin van de opnames van Darkness. Dit moment heeft op Bruce een belangrijke indruk gemaakt, en wordt ook vermeld in het nummer ‘Come On (Let’s Go)’ (de tekst keert later terug in het nummer ‘Johnny Bye Bye’), maar in de documentaire blijft dit onvermeld.

Storyteller
Interessant zijn de momenten door de film heen waarop Bruce uitleg geeft over de nummers die uiteindelijk wel op het album zijn verschenen. ‘Darkness on the Edge of Town’ en ‘The Promised Land’ krijgen de Storytellers-benadering, Bruce die, met een akoestische gitaar om, enkele regels speelt en zijn uitleg hierbij geeft. Bij ‘Factory’ vertelt Bruce een anekdote over zijn vader, die in een fabriek werkte waar plastic werd gemaakt. “Mijn vader verloor zijn gehoor daar”, legt Bruce uit. Terwijl oude beelden van zijn vader te zien zijn, vertelt Bruce dat hij als kind in die fabriek kwam om zijn vader zijn lunch te brengen die hij vergeten was mee naar zijn werk te nemen. Zijn vader stond bij een grote machine en merkte Bruce pas op toen hij voor hem stond.

Bij ‘Adam Raised a Cain’ vertelt Chuck Plotkin hoe Bruce het nummer graag wilde laten klinken. Plotkin was pas in een late fase voor het eerst bij het team gekomen, toen ze een nieuw iemand wilde vragen om de mix van enkele nummers te doen. Na een geslaagde proeve van bekwaamheid met de mix van ‘Prove it All Night’, vertelde Bruce Plotkin hoe hij ‘Adam Raised a Cain’ graag wilde laten klinken. “Stel je voor, je zit in een bioscoop een film te kijken. Je ziet twee geliefden picknicken. Plotseling draait de camera weg en in de volgende scène zie je een dood lijk. Dit nummer moet zo klinken.” Plotkin prijst Bruce als iemand die precies kan vertellen welk beeld de klank van een nummer moet oproepen.



‘Racing in the Street’ gaat over hoe je je eigen zonden kunt verdragen. Bruce vertelt dat er oorspronkelijk twee versies van het nummer waren: eentje met alleen twee mannen en een andere, de uiteindelijke versie, waarin ook een meisje voorkomt. Terwijl Bruce dit vertelt zie je een bladzijde met tekstregels uit Springsteens notitieblok langskomen waarop de opmerking geschreven staat: “Sonny's a she.” Bruce had twee mensen naar hun voorkeur gevraagd, Obie Dziedzic, een van Springsteens eerste fans, en Steve. Beiden kozen ze de versie met de vrouw.

Tegen het einde van de film gaan Bruce en de band op tour. Frank Stefanko, fotograaf van de hoesfoto van Darkness, komt ook nog even aan het woord en vertelt dat Bruce bij hem thuis langskwam met een zak met flanellen overhemden. De foto van de hoes is gemaakt bij Stefanko in de slaapkamer. De foto’s van Stefanko leggen Springsteen vast als een terneergeslagen individu, precies als de hoofdpersonen in de nummers van Darkness.

Er volgen live-fragmenten van de Darkness-tour, onder andere van concerten in Phoenix en Houston. De documentaire zelf sluit af met Bruce en de E Street Band (zonder Patti en Nils) in 2009, een uitvoering van ‘Darkness on the Edge of Town’ opgenomen in het Paramount Theater in Asbury Park. De hoofdrolspelers zijn dan wel wat ouder geworden, aan intensiteit hebben ze niet ingeboet.




OVER BE TRUE
E-MAILNIEUWSBRIEF