'Het is alsof je bij Bruce in de studio staat'

Interview producer Attie Bauw 16-11-2014

Kom je ook niet verder dan constateren dat de eerder geremasterde Born to Run- of Darkness-cd helderder klinkt dan de oude versies en wil je weten wat er nog meer te ontdekken valt? Producer Attie Bauw legt uit dat de nuances groter zijn dat je denkt en hoe je die kunt horen. Be True bezocht voor het interview Atties studio, waar de remasters volledig tot hun recht komen.

Door Muriël Kleisterlee & Jos Westenberg

Studio Bauwhaus zit in een Amsterdamse bovenwoning en is klein maar uiteraard voorzien van high-end apparatuur en professionele wandafwerking om het geluid te optimaliseren (en voor de buren te minimaliseren). Voor de gelegenheid heeft Attie enkele nummers van de oude cd’s en dezelfde nummers van de nieuwe vinylversie op zijn studiocomputer gezet om ons de verschillen te laten horen.

Waarom zou je als Springsteen-fan deze uitgave echt moeten hebben?
“Ik heb het gevoel dat hij hier bij mij tussen de speakers staat. En dat is echt fantastisch. Ik voel me er meer bij betrokken, de muziek leeft meer, terwijl de oude cd’s toch iets vlaks en kils hebben, waardoor het afstandelijker klinkt, alsof het achter de speakers ligt.”

 


Producer Attie Bauw

Attie Bauw is de enige Nederlandse producer die twee Grammy-nominaties op zak heeft: voor 'Producer of the Year' en 'Best Engineered Album' voor zijn productie van Rob (Judas Priest) Halford's band Fight. In 2000 werd Attie Bauw door OOR genomineerd als een van de beste Nederlandse producers van de afgelopen veertig jaar. Bauw heeft gewerkt met artiesten  als The Scorpions, Maceo Parker en Noa, maar ook met Hans Dulfer, Racoon, The Nits en The Gathering. In de jaren tachtig was hij assistent engineer en engineer van bekende producers als Keith Olson, Chris Lord Aldge, Steve Lipson en Mike Shipley en nam hij artiesten op als de Simple Minds. Bauw werkte voor niet-Bruce-gerelateerde projecten weleens met Springsteens masteraar Bob Ludwig samen.

 


De meeste Springsteen-fans, inclusief wijzelf, kunnen na het beluisteren van de al eerder geremasterde albums Born to Run en Darkness, alleen constateren dat het geluid veel rijker en voller klinkt en dat je meer nuances kunt horen. Op het ene nummer springt een gitaar- of orgelpartij er meer uit, op een ander nummer klinkt Springsteens stem beter. Kun je een paar voorbeelden laten horen op wat voor soort verbeterpunten we nog meer kunnen letten?

[Attie zet eerst de oude ‘For You’ op.]
“Dit klinkt een beetje kil. Als ik alleen op zijn zang focus en schakel over van cd naar vinyl dan heeft dat zoveel meer aanwezigheid, zoveel meer het gevoel dat je erbij bent. De oude is iets scheller en heeft iets meer mid en het klinkt ook verder weg, terwijl het door het hoge juist dichterbij zou moeten zijn. De nieuwe is voor mij warmer en voller.
“Ik hoor meer dynamiek terug van het vinyl, het verschil dus tussen hard en zacht zoals het ook in de studio was te horen. Daardoor kan een bepaalde partij er net iets meer uit springen. Dus een bas die iets aanzet of een woord dat meer wordt aangezet, springt er nu meer uit. Terwijl ze op de cd op een streep worden gezet, waar ze niet over heen mogen. Ze willen wel, maar ze stoten steeds tegen die streep aan. Bij analoog is die streep meer een elastiek waarop je nog mee kunt bewegen. Daardoor springen bepaalde elementen op de nieuwe uitgave naar je toe.”

Ligt dat ook niet aan volume?
“Nee, de levels heb ik gelijk getrokken op de computer. Als ik de cd’s harder zet, wordt het verschil alleen maar lelijker. Toen de band is overgezet op cd, zijn er equalizer-correcties op uitgevoerd, om de nadelen en het ruis van vinyl weg te halen. In dat proces van overzetten van analoog naar digitaal laat je het iets frisser klinken, je zet er wat meer laag bij. Zeker als het van band komt, dan heb je veel ruis en wordt dat een beetje weggehaald. Dat gaat altijd ten koste van bepaalde elementen die toen in die muziek hebben gezeten. Met het nieuwe systeem kunnen ze het analoge gedeelte analyseren en de problemen die het analoog veroorzaakt, waaronder de wow en de flutter, meten. Die waardes kunnen ze – simpel gezegd – spiegelen en een voor een weghalen.”

Wat is wow en flutter?
“Dat heeft te maken met de bandrecorder, die nooit helemaal stabiel is en continu een beetje bijgestuurd moet worden. Dat gebeurt met een servomotor, maar dat levert wel een soort jengel op, die minuscuul aanwezig is. Zo’n 2-inchband loopt langs de koppen van de bandrecorder. Dat geeft bepaalde problemen die aanwezig blijven op een analoge opname. Die problemen kunnen ze nu als het ware weggummen, waardoor je alleen nog maar het pure geluid overhoudt, zoals het in de studio klonk voordat het naar de 2-sporenmix ging. Wat ik heb begrepen van Bob Ludwig, is dat hij bij het overzetten geen eq-correcties meer heeft gedaan. Hij heeft alleen dat systeem (Plangent Process, M&J) gebruikt waardoor de oorspronkelijke opname intact kon worden gelaten zonder te hoeven eq’en of andere bewerkingen uit te voeren. Ze zijn er nu in geslaagd om precies de wow en de flutter te meten. En als je iets kunt meten, kun je er ook iets aan doen. Je kunt het spiegelen met zichzelf, daardoor kun je het als anti-geluid zien. En als je dat op elkaar zet, verdwijnt de wow en flutter en houd je alleen het eerlijke geluid over. Het geluid zoals het naar de bandrecorder is gegaan in de mix. Tot nu toe hebben we altijd geluisterd naar het geluid van daarna, het geluid inclusief de nadelen van de bandrecorder. Je hoort nu de mix zoals ie destijds realtime in de studio is geweest. Dat is uniek.
“Ingewikkelder verteld gaat het om de biasafregeling van de bandrecorder, een testtoon die heel hoog wordt gezet, tussen de 40 en 150 kilo Hertz. Die toon kunnen ze nu analyseren en zo kun je het verschil bepalen tussen hoe de noot oorspronkelijk was en hoe die noot op de bandrecorder klinkt. Dat verschil kunnen ze nu wegnemen en daarmee neem je ook de nadelen van de bandopname weg.”

 


Attie Bauw over Bob Ludwig

Veel mensen verwarren de termen producer en master engineer. Wat is het precies het verschil?
“Bob Ludwig is geen producer, maar een masteraar. Een producer heeft echt creatieve inbreng in het proces en adviseert muzikanten. Een masteraar is degene die, als je het vergelijkt met een film, na de montage nog de kleurcorrecties doet. Hij brengt een bepaalde sfeer aan.
Ludwig is een van de topmasteraars. Hij werkte vroeger in New York bij Master Disc. Daar heb ik hem lang geleden weleens bezocht. Op een gegeven moment is hij voor zichzelf begonnen, in Maine. Daar ben ik ook een paar keer geweest. Het hangt er helemaal vol met gouden platen. Hij heeft een aantal platen van mij geremasterd. Bob is een geweldige masteraar, die goede oren aan zijn hoofd heeft. Hij is eigenlijk trompettist. Ik ben altijd zeer tevreden geweest over zijn werk.”


Bob Ludwig en zijn muur met gouden en platina platen.

 


Remasteren heeft dus niks met opnieuw mixen te maken?
“Nee, over het algemeen niet. Het gebeurt weleens, als je bijvoorbeeld van een stereoversie een surroundversie wilt maken. Maar in dit geval is de 2-sporenband gebruikt en zijn alle nadelen van het analoge opnameproces weggepoetst. Ik vind dat een interessante ontwikkeling, want het is heel lang zo geweest dat analoog in geluidskwaliteit superieur was aan digitaal, zeker in het begin van het cd-tijdperk. De eerste cd’s klonken minder goed dan de lp’s die er al waren.”

Hoe kwam dat dan?
“Digitaal was nog niet zo ver ontwikkeld. We hebben destijds een norm afgesproken van 16 bit en 44,1 kHz. Dat bleek later heel erg krap te zijn. Nu is iedereen bezig op high sampling rates. Dan krijg je meer dynamiek, een volwaardiger geluidsspectrum. Dat is een enorm verschil. Vandaar dat je nu de behoefte krijgt om die oude cd’s opnieuw om te zetten en te bewerken, want het verschil is behoorlijk groot.”

Van Springsteen is bekend dat hij het voorstel om zijn oeuvre te laten remasteren lang heeft afgehouden. Hij vond dat de originele albums maar beluisterd moesten worden als een momentopname, met de technische beperkingen van toen. Toch is hij nu enthousiast geraakt door wat het zogenaamde Plangent Process voor het remasteren kan opleveren.
“Dat kan ik me goed voorstellen. Je hebt als artiest ook een verplichting naar je fans en daar wil je integer mee omspringen. Dus er moet een wel degelijk een enorme verbetering zijn, wil je overwegen om je albums opnieuw uit te brengen. Maar het is natuurlijk erg zonde dat als je een nieuwe technologie hebt, de ontwikkelingen maar doorgaan en je echt een verbeterslag kan maken, om dat dan niet te doen. De verbeteringsmogelijkheden zijn nu zo groot, dat je zegt: ja, dat moeten we doen.”


Attie Bauw achter de knoppen van het mengpaneel in zijn studio Bauwhaus (Foto: Niels Bourgonje).

Dat is dus gebeurd toen Springsteen de remaster van Born to Run hoorde. Daarna was hij om.
[Attie zet nogmaals ‘For You’ op om het verschil te laten horen.]
“Het is echt een verschil in beleving. Op de oude opnames klinken de s’en een beetje alsof hij kiespijn heeft, een beetje naar. Op de nieuwe versie hoor ik echt een warm, natuurlijk klinkende stem. [Het verschil tussen de oude wat hardere en meer lang gerekte s’en en de nieuwe is inderdaad opmerkelijk, M&J.] Ik heb nu meer het idee dat daar een mens staat. Dat vind ik wel heel erg mooi in de beleving van de muziek. Analoog en digitaal zijn gecombineerd tot the best of both worlds.”

Waren die lelijke s’en zowel op de oude vinyl- als cd-versie te horen?
“Zoals ik al eerder zei: als een band wordt overgezet op cd wordt er vaak equalizing toegepast, waardoor het wat frisser gaat klinken. Daar heb je behoefte aan, omdat een band vaak wat doffer en nasaler klinkt. Dat is dus gebeurd op die cd, maar dat heeft natuurlijk ook een keerzijde. Als je niet oppast worden alle frequenties, zoals de s’en en t’s en het hoog van de hi-hat, net een beetje te veel. Zeker in gedeeltes van het nummer waarin die hi-hat meer aanwezig is, hoor je dat het in verhouding in die passages iets te veel wordt. Maar het is ook ondoenlijk om bij een remastering ieder muziekfragmentje apart te bewerken met equalizers. Als je naar de nieuwe master luistert, hoor je veel minder het effect van slissen of dat de hi-hat onrustig is. Daardoor blijft het geluid veel homogener bij elkaar.”

Wat kun je nog meer vertellen over dat Plangent-proces dat ook voor Springsteen remasters is gebruikt?
“Het is iets heel recents, hoewel ze er al langer mee bezig waren natuurlijk. Je hebt een heel snelle computer nodig voor de berekeningen van het verschil in die testtoon en de bewerkingen die nodig zijn. Dat gaat ook niet realtime, dat gaat met rendering. Het is echt iets dat mogelijk is geworden door de nieuwste computers, dus de cd’s van tien jaar terug kunnen nog enorm verbeterd worden.
“Er is ook meer aan de hand dan alleen dit systeem. We zijn de laatste jaren overspoeld door een soort loudness war. Doordat iets met de computer makkelijker harder te maken is, wordt dat ook gedaan. Maar het heeft grote valkuilen voor het produceren, opnemen of mixen. Ook voor een master engineer is harder een valkuil, want je moet zorgen dat het een-op-een is voordat je besluit of iets wel of niet beter is. Het kan dus voorkomen dat je iets dat slechter is harder gaat zetter dan iets dat eigenlijk beter is. Op een gegeven moment heb je dan geen dynamiek meer over in het geluid. Momenteel krijg je weer meer rust in het geluid, wat jongeren nu ook aanspreekt. Ook artiesten hebben het idee dat als ze lef willen tonen, ze iets moeten maken waar veel dynamiek in zit, in plaats van dat harde opdringerige en drukke. Het is dus niet verwonderlijk dat vinyl weer opkomt. Mensen hebben er behoefte aan.”



Zijn er dan voor de nieuwere cd’s, die ze later ook nog willen remasteren, ook verbeteringen te verwachten?
“Bij dit proces zijn ze bezig om de nadelen van de eerste digitale systemen, zoals jitter, te analyseren en weg te werken. Dat zal dus ongetwijfeld met de beginopnames van digitaal ook gaan gebeuren. Voor de liefhebbers en de fans, en ook voor de artiesten zelf, is het enorm fijn om zo’n nieuwe opname te hebben die zo dicht staat bij wat je in de studio hebt gehoord, toen je het opnam.”

Ga je de verbeterde kwaliteit zowel op de vinylversie als op de cd’s horen?
“Ja, door de nieuwe technieken hoor je het op beide versies. We hebben nu de oude cd’s met de nieuwe vinyl vergeleken. Maar als je de oude met de nieuwe cd’s gaat vergelijken, zal het hetzelfde verschil zijn. Het oude vinyl is nog met de oude master van een bandopname met nadelige effecten gemaakt. De nieuwe platen en cd’s zijn natuurlijk van de nieuwe master gemaakt. Alleen zal vinyl op een gegeven moment toch weer gaan kraken en spetteren. Maar daar krijg je veel voor terug, want het klinkt warm. En als er stof op komt gaat het anders klinken, vinyl is avontuurlijk luisteren.”

[Attie zet ‘Jungleland’ op.]
“Op de oude cd hoor je de bandruis nog, die hebben ze in de nieuwe versie weggehaald. De nieuwe master ademt ook meer. Als je veel drums hebt op een bepaald stuk, wordt dat op de oude versie soms gemaskeerd om de zang er bovenuit te laten klinken, en dat geeft een nadelig effect op de totale geluidsband. Op de nieuwe versie is dat allemaal veel beter in natuurlijk evenwicht. De piano klinkt muf op de oude cd, als een digitale piano; op de nieuwe helder, als een echte vleugel. Ook het laag blijft nu lekker mooi staan, het klinkt vol en lang. Ik kan me wel voorstellen dat Bruce Springsteen dit aanleiding vond om toestemming te geven voor de heruitgaves.”
[Schakelt weer over op de oude versie.]
“Het lijkt wel of het geluid implodeert. [Wij kunnen niet anders dan constateren dat het verschil inderdaad erg groot is, M&J.] Dit zijn ook heel eerlijke studiospeakers. Ik moet natuurlijk heel duidelijk het verschil kunnen horen, zodat ik weet waar ik mee bezig ben als ik aan het mixen ben of geluid aan het bewerken ben. Toen ik gisteren voor het eerst deze verschillen op Springsteens albums hoorde, vond ik dat heel bijzonder.”

Denk je dat de fans het thuis op een consumentenaudioset ook kunnen horen?
“Ja, het ligt natuurlijk een beetje aan je speakers en hoe je die instelt, maar je zult het verschil zeker horen. Je zult het gevoel hebben dat je de muziek meer beleeft, alsof je er zelf echt bij bent. Het klinkt minder afstandelijk, dat hoor je thuis ook. Het mooie aan dit tijdperk is: analoog heeft nu digitaal nodig om beter te klinken. Dat is lang anders geweest: digitaal had analoog nodig om de mooiste sound te maken. Toen je in de jaren tachtig digitale opnames maakte, had je juist analoog nodig om het goed te laten klinken. Er zaten altijd wel analoge stappen in je digitale proces, in je mix bijvoorbeeld of een analoge compressor om het best mogelijke geluid te krijgen. Met de nieuwe techniek kun je dus de oude nadelen van analoog weghalen. Digitaal laat analoog nu mooier klinker. Maar analoog blijft bepaalde voordelen houden.”

Welke voordelen heeft analoog dan?
“Het transient-gedrag is bijvoorbeeld anders. Dat zijn de attaquetijden van een snaredrum, de aanslag van een pianotoets of een trompet. Dat kon je net ook horen, die mooie heldere attaque van de piano. De transient zijn dus de allereerste momenten van die stijgtijden van die instrumenten, waar ook heel veel karakter van de instrumenten in zit. Die transient wordt in analoog eigenlijk altijd iets afgevlakt, wat een positief gevolg heeft voor de klankbeleving. Bij digitaal is dat niet het geval en is er weer specialistische apparatuur voor nodig om dit te bereiken. Op analoog hou je daardoor meer energie over, omdat die eerste attaquetijden iets meer in elkaar gedrukt worden. Men slaagt er steeds beter in om digitaal het analoge proces na te bootsen. En dan ondervinden ze dus hoe je bepaalde goede elementen van analoog kan behouden, waardoor digitaal beter gaat klinken.”


Attie en de remasters (Foto: Niels Bourgonje).

Het jaren tachtig cd-geluid
We beluisteren nog wat nummers van de nieuwe vinylalbums. Attie kiest voor ‘The River’. “Die tekst is zo mooi. Ik hou vooral van de oude Bruce. Er is een tijd geweest in de jaren tachtig dat ik hem een beetje kil vond klinken. De computers deden hun intrede, digitaal was aan het opkomen. Men gaf af op de analoge technieken van de jaren zeventig. Ze wilden heel veel kanaalscheidingen hebben, zodat als je de snarentrommel beluistert, je de bassdrum dan niet hoort. Dat probeerden ze met gates onder controle te krijgen. Daardoor wordt het kil. Alles van de jaren tachtig is een beetje overgeproduceerd, de snare klinkt niet als een snare maar als ‘kguh, kguh’. Dat heeft te maken met die wens om het geluid te willen bedwingen. Soms van de technici of de producer, maar ook wel van de artiest die daarin meegaat. Als je meer dingen gaat scheiden, loop je ook het risico dat dingen killer en mechanischer gaan klinken. In de jaren zestig en zeventig had je minder microfoons, twee of drie voor een heel drumstel bijvoorbeeld. Dan kan een technicus in paniek raken; ‘wat als we straks die snare harder willen hebben? Dat kan niet.’ Zo is iemand op het idee gekomen om de snare apart op te nemen. We hebben nu opeens zestien in plaats van vier sporen tot onze beschikking. Allemaal om meer controle te hebben. Die controle kan voordelen hebben, maar zeker ook nadelig zijn.”

Verwacht je dat we over tien jaar weer hier zitten omdat de techniek dan weer spectaculair verbeterd is?
“Er is nu wel een ontwikkeling gaande – het wordt wel het muzikale dna genoemd – waarmee het mogelijk zou kunnen worden dat je een 2-sporenmix helemaal kunt ontrafelen tot zang, bas, drums, gitaar. Daarmee krijg je dus een multi-trackversie, die je helemaal opnieuw kunt mixen. Wat daarmee ook mogelijk wordt, is om bijvoorbeeld een foute basnoot eruit te halen en te herstellen. Dat kan nu al. Als die ontwikkeling verder gaat, heeft iedereen over tien jaar zijn eigen studio. Dan kun je als het ware even bij Bruce op schoot gaan zitten, en alleen zijn stem horen. Dat is niet ondenkbaar. Over twintig jaar kan dat zeker.”




OVER BE TRUE
E-MAILNIEUWSBRIEF