"Ik schrijf geen nummers over een rechtszaak!"

Belofte maakt schuld

"Ik schrijf geen nummers over een rechtszaak!" 27-10-2010

Jarenlang verklaarde Springsteen dat 'The Promise', een van zijn mooiste outtakes, helemaal niets te maken had met de juridische verwikkelingen waarin hij met oud-manager en vriend Mike Appel verzeild was geraakt. Nu, 32 jaar later, draagt het dubbelalbum met afvallers van Darkness on the Edge of Town de naam van deze outtake en geeft Bruce toe: 'The Promise' viel voor Darkness af omdat het nummer te dicht bij hemzelf en zijn gevoel van dat moment stond.

Door Jos Westenberg

'The Promise' is een van de meer dan zeventig nummers die in 1978 voor Darkness on the Edge of Town werden opgenomen. Bruce speelde het nummer ook tijdens concerten, meestal solo, zichzelf  begeleidend op piano, maar ook een enkele keer in een bandarrangement. Het nummer debuteerde live op 3 augustus 1976 in Red Bank, een week nadat Bruce een rechtszaak tegen zijn toenmalige manager Mike Appel had aangespannen. De boeken Born to Run van Dave Marsh en Down Thunder Road van Mike Eliot in samenwerking met Mike Appel, vertellen het verhaal over de aanleiding van deze rechtszaak, een verbroken vriendschap en verloren vertrouwen.

Verbroken beloftes
Na de Born to Run-tour bleek dat Springsteen en zijn entourage er financieel niet goed voorstonden. Bruce was een rijzende ster, met een album dat fans en media omarmd hadden, stond op de cover van Time en Newsweek, maar het geld stroomde niet bepaald binnen. De kosten voor de lange studiotijd die ze gebruikten voor de opnames van Born to Run, waren zo hoog opgelopen dat Bruce moest blijven touren om zichzelf, zijn band en crew in levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Er was veel geld gepompt in de promotie van het album. De tour deed slechts relatief kleine zalen aan, terwijl de crew en band toch bijna een jaar onderweg waren; de kosten bleken uiteindelijk groter dan de opbrengsten.
Mike Appel maakte zich nogal ongerust. Springsteen was met Appels maatschappijtje Laurel Canyon in 1972 een contract aangegaan (Bruce had dit letterlijk op de motorkap van een auto, 's avonds op een parkeerplaats, ondertekend), dat op dat moment (1976) nog slechts één jaar te gaan had (een jaar waarin volgens het contract nog twee albums opgenomen dienden te worden). Naast de financiële strubbelingen voelde Appel zich bedreigd in zijn positie als manager door de komst van Jon Landau, een rockrecensent die als vriend Springsteens leven was binnengekomen, en die de muzikant vervolgens met raad en daad had bijgestaan tijdens de opnames van diens derde album. Appel had met lede ogen aangezien dat Bruce Landau's mening over het maken van een rockalbum minstens zo waardevol vond als zijn eigen advies. Appel had nog wel grote plannen om financieel de zaken recht te trekken. Hij wilde een tour door heel het land plannen in een grote circustent en daarna een live-album uitbrengen. Ook was hij in bespreking met het JFK Stadium in Philadelphia om Bruce daar voor 500.000 dollar te laten spelen. Maar Springsteen weigerde een groteske aanpak. Hij was ervan overtuigd dat concerten op zulke grote schaal niet zijn "pakkie an" waren, hij voelde zich meer thuis in de kleinere theaters.

Springsteen met de hoofdrolspelers van het juridische geschil waar hij in 1977 in verzeild
was geraakt: Mike Appel (links) en Jon Landau (rechts).


Appel vroeg aan CBS een half miljoen dollar voorschot aan toekomstige inkomsten van Springsteen, die hij boekte onder de royalties die Springsteen nog moest betalen aan Laurel Canyon. Vervolgens stuurde hij Bruce een nieuwe contractaanbieding, maar die vond het niet nodig een nieuw contract aan te gaan. Hij vond dat zijn relatie met Appel was gebaseerd op wederzijds vertrouwen en dat hoefde voor hem niet zo nodig op papier te worden gezet. Maar daar kon Mike zich niet in vinden. Hij vertelde Springsteen over het voorschot van CBS en zei dat Bruce de helft van dat bedrag kon krijgen als hij opnieuw zou tekenen bij Laurel Canyon. Zoniet, dan zou Appel hem aan de letter van het contract uit 1972 houden: in dat contract stond onder andere dat Bruce slechts een laag percentage van de opbrengsten zou krijgen, veel minder dan Laurel Canyon aan verkoop van albums overhield. Bovendien had Laurel Canyon dan de beschikking over Springsteens muziek, in plaats van de artiest zelf. En juist dat laatste was schokkend nieuws voor Bruce. Springsteen liet Jon Landau het oude contract lezen. Die adviseerde hem om zo snel mogelijk een advocaat in de arm te nemen, want Landau zag de oneerlijkheid van dit contract wel in. Bruce vond dat alleen hijzelf de rechten moest hebben over zijn artistieke werk, nam het advies van Landau over, maar wilde Appel nog niet aanklagen. Hij beschouwde Appel als zijn vriend, als iemand die hij vertrouwde.



Daarop ging Appel nog een stap verder: hij wilde het boeken van de concerten zelf gaan doen. Barry Bell, Springsteens tourmanager, vervulde nu deze taken voor Bruce, maar Appel wilde hem uit deze functie ontslaan. Mike wilde op eigen houtje een nieuwe tour gaan opzetten. Hij had enkele data op het oog voor de zuidelijke staten, waar Bruce nog niet eerder had gespeeld en waar hij ook niet de grote faam genoot die hij langs de oostkust had. Hoewel er al afspraken met concertzalen lagen, trok Appel zich terug als boekingsagent. Er was geen geld beschikbaar om deze tour te organiseren, dus moesten Barry Bell en Springsteen zelf geld lenen bij een andere concertorganisator, William Morris, om in ieder geval de afgesproken concerten door te laten gaan. Er was geen structuur in de volgorde van de plaatsen waar gespeeld zou worden en het speelschema was kriskras door de  zuidelijke staten gepland; de band noemde deze tour van begin 1976 dan ook de 'Chicken Scratch-tour', vanwege het heen-en-weer gereis. Het werd uiteindelijk wel een relatief succes, maar Appel had Springsteen zeker geen dienst bewezen met de slordige opzet van deze tour.

De befaamde druppel die de emmer deed overlopen kwam toen Appel Springsteen een cheque van 67.000 dollar stuurde, wat volgens Mike na aftrek van belastingen, uitgaven en onkosten het gehele bedrag was dat Springsteen sinds 1972 had verdiend. Daarbij was nog eens een brief bijgesloten, waarin de manager Springsteen verbood verder met Jon Landau samen te werken; hij wilde absoluut niet dat er nieuwe studio-opnames met hulp van Landau werden uitgevoerd. Appel had volgens de kleine lettertjes uit het contract van 1972 daadwerkelijk het recht om dit verbod uit te spreken. Deze brief was in feite een oorlogsverklaring aan Bruce van Mike Appel.


Juridische strijd
Op 27 juli 1976 tekende Bruce een rechtszaak aan tegen Mike Appel voor onbehoorlijk management, door Appel twee dagen later beantwoord met de aantekening van een rechtszaak gericht tegen Bruce en Jon Landau om hen te verbieden samen in een studio te werken. Hiermee was het duidelijk: de vriendschappelijke relatie tussen Appel en Springsteen was over. De juridische strijd nam een lange tijd in beslag en Springsteen was in eerste instantie zelfs aan de verliezende hand. Bij de ondervragingen, gedocumenteerd in de boeken van Marc Eliott en Dave Marsh, ging het er af en toe heftig aan toe; Springsteen heeft meerdere malen zijn geduld verloren en stond op een gegeven moment zelfs schreeuwend bovenop een tafel om de aantijgingen te weerleggen, aldus Eliot. Op de vraag waarom hij eigenlijk niet in een tent zou willen optreden, antwoordde Bruce aan de rechter: "Waarom beoefent u niet eens een tijdje de wet in een tent? Dan zal ik er over nadenken om gitaar te spelen in een tent!"



Appel had het meeste geld om deze langdurige rechtszaak uit te kunnen zitten. Springsteen trad vanwege zijn geldgebrek in die periode veel op, om de oplopende juridische kosten en de salariskosten van zijn bandleden te kunnen betalen. Hij ging zelfs overstag en gaf toe aan zijn eerdere afkeer tegen het spelen in grote zalen. Barry Bell haalde Bruce over om in oktober 1976 twee concerten te spelen in het Spectrum in Philadelphia. Bell vertelde Springsteen: "Je bent ongerust over hoe je fans je zullen zien in die grote zalen. Maar als jij zo'n fan was, was je er dan niet liever zelf bij in het Spectrum, zelfs al zat je op de laatste rij? Liever dat, dan dat je aan een vriend moest vragen hoe goed die Springsteen was in de Tower (een kleiner theater in Philadelphia waar Bruce tot eind 1975 vaak  speelde, red.)". Pas na een vier uur durende soundcheck was Bruce ervan overtuigd dat het geluid ook in een zaal van die grootte goed afgesteld kan worden.

Springsteen en Appel kwamen op 28 mei 1977 buiten de rechtszaal tot een overeenkomst. Appel kreeg een behoorlijk bedrag en Springsteen was verlost van Appels eerste contract. Springsteen kreeg tevens de rechten over zijn muziek weer in eigen bezit. Ook mocht hij zelf kiezen met wie hij de studio indook, Jon Landau dus. En dat gebeurde dan ook al vijf dagen later. Op de eerste avond werden demo's van maar liefst twintig nummers opgenomen die Bruce al een hele tijd had klaarliggen. Onder die nummers bevond zich ook een versie van 'The Promise'.

Met de neus op de feiten?
Een week nadat Springsteen in 1976 de rechtszaak tegen Mike Appel had aangetekend, speelde hij in het Monmouth Arts Center in Red Bank, New Jersey. Na 'Born to Run' nam Bruce plaats achter de piano en speelde hij voor het eerst 'The Promise', dat toen nog 'The Loser' heette. Bruce had het nummer volgens eigen zeggen al na 'Born to Run' geschreven. Het gaat over verbroken beloften en geschonden vertrouwen. Het emotionele nummer kan daarom net zo goed een reflectie zijn van de toestand waar Springsteen op dat moment in verzeild was geraakt, maar Bruce wilde dit misverstand de wereld uit hebben. In interviews zei hij bits: "Ik schrijf geen nummers over een rechtszaak!"
Zo'n vergissing is toch snel gemaakt. De hoofdpersoon in 'The Promise' kende betere en onbezorgde tijden, waarin hij zijn droom, racen in een zelfgebouwde Challenger, najaagt. Maar ergens gaat het mis en de prijs die de hoofdpersoon moet betalen is te hoog:

I won big once and I hit the coast, but somehow I paid the big cost.
Inside I felt like I was carrying the broken spirits of all the other ones who lost.


Dan volgen de mooiste regels van het nummer:

When the promise is broken, you go on living, but it steals something from down in your soul.
Like when the truth is spoken and it don't make no difference, something in your heart turns cold.


Beschreef dit niet precies de bekoelde relatie met Appel en de manier waarop Bruce zich behandeld voelde door zijn voormalig manager en vriend? Misschien gaat de tekst dan niet expliciet over de problemen tussen Mike en Bruce, de gemoedstoestand waarin Springsteen zich in die tijd bevond, "hielpen" Bruce om dit lied op dergelijke emotionele manier te zingen.

Vergeten en vergeven
Springsteen blijft het nummer als toegift zingen tijdens concerten ten tijde van de juridische schermutselingen, misschien om de pijnlijke gevoelens van zich af te zingen. Maar uiteindelijk verschijnt het niet op Darkness on the Edge of Town. Op het laatste moment laat Bruce het ten faveure van het titelnummer afvallen, juist omdat hij wil voorkomen dat mensen het lied met zijn scheiding van Appel in verband blijven brengen. Op 15 juli 1978 in het Sam Houston Coliseum in Houston, Texas speelt Springsteen lange tijd voor het laatst live.

Maar gelukkig blijft dit nummer niet voor eeuwig in de kluis van Springsteen liggen. De rechtszaakperikelen zijn al jaren achter de rug, Bruce is nog veel verder gegroeid als artiest en heeft nog veel meer successen beleefd. En buiten het feit dat Mike Appel in 1992 het boek Down Thunder Road over de gang van zaken bij de rechtszittingen (tenminste, vanuit Appels oogpunt) uitbracht met schrijver Marc Eliott, wordt Bruce niet meer herinnerd aan die donkere periode uit zijn carrière. Zijn relatie met Mike Appel wordt hersteld, tijd heelt alle wonden. In 1998 stond Mike Appel Bruce bij in een rechtszitting in Londen tegen de makers van de cd Prodigal Son. Bij de Rock 'n' Roll Hall of Fame-inwijding in maart 1999 was Mike Springsteens gast, Bruce bedankte hem zelfs in zijn speech en noemde hem een vriend. En vorig jaar was Appel bij een concert tijdens de Working on a Dream-tour Springsteens eregast.

Ook met 'The Promise' heeft Bruce zich de afgelopen jaren verzoend. Tijdens de Reunion-tour in 1999 is Bruce dit nummer solo op piano weer gaan spelen en ook in de tours daarna haalde het nummer af en toe de setlist. Het werd nog buiten de Tracks-compilatie gelaten, maar verscheen wel, opnieuw door Bruce opgenomen weliswaar, als extra track op 18 Tracks. En nu draagt de dubbel-cd met outtakes van de Darkness-box de naam van dit befaamde nummer. Bruce geeft in de Making of Darkness on the Edge of Town-documentaire toe dat hij het in 1978 niet aandurfde om 'The Promise' uit te brengen, omdat hij vond dat het nog te dicht bij zijn gekwetste gevoelens stond. Nu staat 'The Promise' symbool voor de durf van Springsteen om zulke kwalitatief hoogstaande nummers van een album weg te laten en voor jaren in de kluis te laten liggen.




OVER BE TRUE
E-MAILNIEUWSBRIEF