Mark Lieffers bezocht op 2 juli het concert in München en schreef een verslag voor Be True.
Het was een fantastische zomer, die van 1988. Vier dagen nadat “we” Europees kampioen voetbal waren geworden, beleefde ik mijn eerste optreden van Bruce Springsteen & The E Street Band. Een volle Kuip zette na ‘All That Heaven Will Allow’ massaal ons tweede volkslied in: “Olé, olé olé olé, we are the champions. We are the champions.” En Bruce wist het! “So you won the big championship, huh, kicked everybody’s ass, huh?!” Alsof Marco van Basten nogmaals zijn briljante goal maakte, zo klonk het gejuich en Bruce zette ‘The River’ in.
Dat concert is voor mij nog steeds het mooiste concert ooit. Nu, bijna op de dag 21 jaar later, speelt The Boss in het stadion waar wij toen Europees voetbalkampioen werden, het Olympiastadion in München. Dat vandaag het enige oranje de ballonnen en shirts van de rondlopende krakelingverkopers zijn, is vergeten zodra Nils accordeon spelend opkomt. De band volgt, Bruce geeft Clarence een kus en trapt af met ‘Badlands’. Met een lach op zijn goed gebruinde hoofd gaat hij meteen rockend het publiek in. ‘My Lucky Day’ volgt, Steve zingt mee en omarmt Bruce. De gitaren gieren door naar ‘No Surrender’, het samenspel is indrukwekkend en vloeiend.
Spelen op routine doet dit team echter niet, integendeel, zo blijkt tijdens het hele optreden. De band voelt en vult elkaar aan, wat er muzikaal ook gebeurt. Bruce speelt bij het intro van ‘Outlaw Pete’ een stukje ‘The Good, the Bad and the Ugly’, de band begeleidt. ‘Johnny 99’, oorspronkelijk een akoestisch nummer, wordt helemaal omgebouwd tot een rock ’n’ roll song inclusief pianoloopjes van Roy, daarna met Soozie op viool tot een countrynummer, om via snerpend harde rockgitaren van Nils, Bruce en Steve weer rock ’n’ roll te eindigen. Het loopt als vanzelfsprekend, zo goed zijn ze op elkaar ingespeeld. Dat gebeurt ook als Bruce bordjes met verzoeknummers verzamelt. Drie minuten lang rekt de band het intro van ‘Raise Your Hand’ om, als Bruce terug is van zijn strooptocht, abrupt te stoppen en ‘Seven Nights to Rock’ te spelen.

Foto: Jos Westenberg
Tijdens klassiekers als ‘The Promised Land’ en ‘The River’ is het puur genieten. De E Street Band staat zonder opsmuk, vrijwel allemaal in het zwart onder een paar gekleurde lampen op het podium, en rockt! Hier moeten ze zelf ook van genieten. Het plezier en de spanning worden bij de volgende verzoeknummers weer opgevoerd.

Roy is jarig. Bruce heeft al eerder bijna giechelend een enorme opblaastaart uit het publiek gehaald, nu heeft hij een groot stuk karton met een tekst die begint met “Oh Pretty Woman” opgehaald. Hij grapt dat de vrouw op het karton ervoor zou kunnen zorgen dat Roy nooit meer jarig wordt. De uitdaging wordt aangenomen, met een lachende waarschuwing van Bruce dat het nummer “anything between okay and forget the E Street Band ever played it” kan zijn. Natuurlijk maken deze fantastische muzikanten er een ‘okay’ van. Roy Orbison zou tevreden zijn over deze uitvoering van deze muzikanten.
Kippenvel krijg ik van ‘This Hard Land’. “We haven’t played this for while”, zegt Bruce en blijkbaar is dat reden om het nummer met een solo van iedereen in de band te verfraaien, inclusief zijn eigen mondharmonicasolo aan het einde.
Als in de toegift de band bij ‘American Land’ bewierookt is – “electrifying, legendary, historymaking…” en ga maar door – wordt ‘Glory Days’ ingezet. Glorie van nu: je zal maar zo’n mooie vriendengroep hebben die zo fantastisch muziek maakt, met zoveel plezier! En glorie van toen. Bruce danst frivool over het podium alsof het 1988 is, toen hij nog geen 40, ik nog geen 20 en München oranje was. Als de band voor het laatst buigt en afscheid neemt en Bruce jarige Roy nog een knuffel en een kus geeft denk ik aan die voetbalcommentator uit 1988: “Jaha, dit is een goed stel hoor!”

Foto: Jos Westenberg