Klassieke concerten uit Springsteens archief

08-01-2015

Met het officieel uitbrengen van het eerste Wrecking Ball-concert, in de Apollo Theatre, en de Agora-show van 1978 is een begin gemaakt met de door fans lang gehoopte uitgaven van klassiekers uit Springsteens concertarchief. De Apollo-show staat waarschijnlijk niet boven aan ieders lijstje, maar voor Bruce is het blijkbaar een concert waar hij dierbare herinneringen aan heeft. De shows die Springsteens voorkeur hebben, komen misschien niet overeen met de concertfavorieten van fans. Het is de vraag of daar überhaupt consensus in bereikt kan worden; het is niet eenvoudig om uit de duizenden optredens een selectie te maken. Persoonlijke voorkeur moet opzij worden gezet om zo objectief mogelijk te beoordelen welke optredens echt onderscheidend zijn geweest in Springsteens carrière. Be True waagde een poging en stelde een lijst met 31 concerten op. Hierbij wilden we iedere tour representeren en moesten we vaak het principe kill your darlings hanteren.

Door Jos Westenberg

Uit het oogpunt van historisch belang is een goed startpunt wellicht Springsteens eerste optreden ooit, met de band The Rogues in 1965, maar de vraag is of hier een opname van bestaat. Voor Bruce werd dit optreden geen succes, want de band stuurde hem na afloop weg. De auditie die Bruce zeven jaar later voor John Hammond deed, op 2 mei 1972, in het CBS gebouw in New York, is in het licht van de succesfactor dan een beter begin. Bruce verdiende zijn platencontract met deze auditie en het door CBS spontaan ingeplande solo-optreden die avond in de New Yorkse Gaslight Au Go Go-club, waar Bruce een half uurtje mocht spelen voor de geplande optredens van Charlie Musselwhite en Garland Jeffreys. De auditie blijkt echter niet te zijn opgenomen en ook van het optreden in de Gaslight zijn nooit opnames uitgebracht, dus deze keuze valt helaas af.
Als eerste zetten we daarom het dubbele optreden in het Harvard Square Theater in Cambridge MA op 9 mei 1974 op de lijst. Op deze datum gaf Bruce een vroege en late show, als voorprogramma voor Bonnie Raitt. Van de eerste show circuleert een publieksopname, van de late show is geen opname bekend. Het late optreden was de show die Jon Landau bijwoonde en die aanleiding was voor zijn artikel in The Real Paper met daarin de befaamde uitspraak: “I saw rock and roll future and its name is Bruce Springsteen.” Dit concert was niet het eerste optreden van Springsteen dat Landau zag (dat was twee maanden eerder in Boston), maar door het gepubliceerde artikel en de daaruit voortvloeiende band tussen Bruce en Jon, is dit wel een optreden dat veel impact op Springsteens carrière heeft gehad.
Het late concert opende Bruce met een trage uitvoering van ‘The E Street Shuffle’, gevolgd door ‘New York City Serenade’. Springsteen speelde ‘For You’ solo op piano en eindigde de show met ‘Twist and Shout’. Ernest ‘Boom’ Carter en David Sancious maakten in die tijd deel uit van de E Street Band.



Het concert in The Main Point in Bryn Mawr, PA, op 5 februari 1975, is een favoriet van veel fans. Het werd op de radio uitgezonden en is daardoor al in goede kwaliteit door verschillende bootleglabels in omloop gebracht. In platenzaken is zelfs een semi-legale uitgave te vinden die vanwege de verjaringstermijn die voor het uitbrengen van live-opnames blijkbaar geldt, nu in de winkel mag liggen. Het concert was een benefietshow voor de concertlocatie The Main Point. Uniek is de bijdrage van violiste Suki Lahav, die slechts een korte periode met Bruce en de E Street Band speelde. Op de setlist stonden vrij unieke uitvoeringen, zoals ‘Wings for Wheels’, een voorloper van ‘Thunder Road’, en andere nummers van het aanstaande Born to Run-album, zoals ‘She’s the One’ en ‘Jungleland’ die nog niet de definitieve vorm hadden waarin ze enkele weken later op plaat werden gezet. Daarnaast zijn de pianonummers ‘Incident on 57th Street’, Bob Dylans cover ‘I Want You’, ‘New York City Serenade’ en ‘For You’ en ‘Mountain of Love’ een lust voor elke liefhebber.

Er staat nog een concert uit 1975 op onze lijst, maar dan eentje van na de release van Born to Run. Springsteens eerste Europese concert, in de Hammersmith in Londen op 18 november 1975, is al op dvd (en later op cd) uitgebracht bij de Born to Run 30th Anniversary Box, dus de keuze valt op een concert in de New Yorkse Bottom Line. Bruce en de E Street Band gaven hier tien shows in vijf dagen. Het vroege concert van 15 augustus is op radio uitgezonden en op vele bootlegs verschenen (het was zelfs de eerste bootleg van een Bruce-show). Omdat de vroege show van een dag later, 16 augustus 1975, veel weinig gespeelde nummers bevat, gaat onze keuze hiernaar uit: net als het concert van de 15e begint de show met ‘Tenth Avenue Freeze-out’ en bevat de setlist de pianoversie van ‘Thunder Road’ en de covers ‘Then She Kissed Me’, ‘When You Walk in the Room’ en ‘Quarter to Three’, maar passeren ook coverversies van ‘It’s Gonna Work Out Fine’, ‘Sha La La’, ‘Pretty Flamingo’ (als intro voor ‘Thunder Road’) en ‘Up on the Roof’ de revue.

De volgende klassieker is ook een echte fanfavoriet: 25 maart 1977 in de Boston Music Hall. Bruce gaf vier concerten in deze zaal en dit was de laatste van de serie. Springsteen was na de release van Born to Run in een juridische strijd geraakt met zijn voormalig manager Mike Appel, waarin het hem verboden werd om studio-opnames met Jon Landau aan het roer te maken. De optredens waren de enige bron van inkomsten en daarom waren er een aantal verschillende concertreeksen, waaronder de Chicken Scratch-tour in 1976.
De juridische strijd eindigde in 1977 en de shows in Boston waren de laatste concerten voordat Bruce aan de studio-opnames met nieuw materiaal kon beginnen. Hij had voor deze shows de beschikking over de blazerssectie The Miami Horns en dat leidde tot een aantal bijzondere uitvoeringen. Tijdens dit concert werd de laatste uitvoering van ‘Action in the Street’ met de E Street Band gespeeld, en de setlist bevatte verder Darkness-outtake ‘Don’t Look Back’, een lange uitvoering van ‘Backstreets’ en na de reguliere afsluiter ‘Quarter to Three’ nog een soulvol slotakkoord in de vorm van: ‘Little Latin Lupe Lu’, ‘You Can’t Sit Down’ en ‘(Your Love Keeps Lifting Me) Higher and Higher’. De show is in matige geluidskwaliteit op verschillende bootlegs uitgebracht, waarvan de bekendste Forced to Confess heet.

Tijdens de Darkness on the Edge of Town-tour waren er vijf radioshows die via het bootlegcircuit de weg naar fans vonden, waaronder het concert in The Roxy, Los Angeles op 7 juli 1978, het optreden in de Agora Ballroom in Cleveland op 9 augustus en de eerste van drie concerten in Passaic, New Jersey op 19 augustus. Maar misschien wel de bekendste radioshow is het eerste concert in de Winterland in San Francisco, op 15 december 1978. Deze show, tegen het einde van de Darkness-tour, kende veel hoogtepunten die meer Darkness-shows kenmerkte: een monumentale uitvoering van ‘Prove it All Night’ met het befaamde gitaar- en piano-intro, het combo ‘Racing in the Street’/’Thunder Road’, de broeierige versie van ‘Factory’, ‘Fire’, ‘She’s the One’ met intro ‘Mona’ en ‘The Preacher’s Daughter’ en ‘Backstreets’ met het emotionele ‘Sad Eyes’ in het middengedeelte.
Verder een zeldzame uitvoering van ‘The Fever’ en vroege versies van ‘The Ties that Bind’ en ‘Point Blank’. ‘Racing in the Street’ droeg Buce op aan de fans die aan de andere kant van het land, in Asbury Park zaten, die de opname wel eens zouden horen “through the magic of bootlegging”. Zo’n tien minuten na ‘Quarter to Three’, dat de laatste toegift had moeten zijn, riep het publiek dat van geen ophouden wist Bruce terug het podium op voor nog een nummer. Dat werd ‘Twist and Shout’. Dit heeft de radio-uitzending niet meer gehaald. De show in The Winterland heeft onze voorkeur, maar we kunnen ook goed leven met Springsteen keuze voor de Agora-show.

Een van de twee No Nukes-shows, de benefietconcerten in Madison Square Garden in New York waarmee muzikanten protesteerden tegen het gebruik van kernenergie, mag niet op de lijst ontbreken. Aangezien de setlisten van beide shows bijna identiek zijn, is het lastig kiezen. De eerste show bevat de première van ‘The River’ (de uitvoering waarvan de videoclip is gemaakt), de tweede show, op 22 september 1979, is de avond voor Bruces 30ste verjaardag. Hoewel Springsteens voorkeur wellicht uitgaat naar de eerste avond (vanwege enkele incidenten tijdens de tweede show), is dit de reden waarom wij juist voor het tweede concert kiezen. Bruce gooide die avond een verjaardagstaart, door een toeschouwer op het podium geplaatst, terug het publiek in. En tijdens ‘Quarter to Three’ (waarvan het laatste gedeelte in de bioscoopfilm van No Nukes is verschenen) haalde Bruce zijn ex-vriendin en fotografe Lynn Goldsmith het podium op om haar aan het publiek voor te stellen als zijn ex-vriendin. Daarna liet Bruce haar door de security uit Madison Square Garden zetten, en dat alleen omdat ze persfoto’s maakte terwijl ze volgens Bruce had toegestemd dit tijdens zijn show niet meer te doen.



Een klassieker kiezen uit de concerten van The River-tour is net zo lastig als bij de Darkness-tour. Het concert in The Spectrum op 9 december 1980, de dag na de moord op John Lennon, is vermeldingswaardig, al is het maar vanwege Springsteens emotionele toespraak  aan het begin en de uitvoering van ‘Twist and Shout’ aan het eind. Maar onze keuze valt op de show op oudjaarsavond, 31 december 1980 in Nassau Veterans Memorial Coliseum in Uniondale NY. Tot 2009 stond dit concert te boek als Springsteens langste concert ooit. De show passeerde de jaargrens en met ‘In the Midnight Hour’ en ‘Auld Lang Syne’ luidden Bruce en de band het nieuwe jaar in. Bruce deed veel nummers van The River, waaronder het blokje ‘Fade Away’/‘The Price You Pay’/’Wreck on the Highway’, maar ook de kerstliedjes ‘Merry Christmas Baby’ en ‘Santa Claus is Comin’ to Town’. Speciaal is ook de uitvoering van ‘Held Up Without a Gun’, het b-kantje van ‘Hungry Heart’, dat Bruce spontaan speelde omdat, toen hij klaarstond om naar middernacht af te tellen, nog twee minuten tijd moest overbruggen. De opname van ‘4th of July, Asbury Park’ die op de Live 1975/85-box is verschenen, stamt van deze show.



The River-tour kent nog een klassieker, de show die bekendstaat als het benefiet voor de Vietnam-veteranen, op 20 augustus 1981 in de Los Angeles Sports Arena. Begaan als hij was met het lot van generatiegenoten die fysiek of mentaal gebroken terugkeerden uit de oorlog, had Bruce contact gelegd met Bobby Muller, voorzitter van de belangenvereniging voor Vietnam-veteranen, om iets te kunnen betekenen voor deze groep mensen. Hun overleg leidde tot een benefietshow tijdens Springsteens concerten in Los Angeles. Er waren veel veteranen aanwezig en na afloop nam Bruce de tijd om een aantal van hen backstage te ontvangen. De show kende meerdere emotionele hoogtepunten, waaronder de opener ‘Who’ll Stop the Rain’, ‘Ballad of Easy Rider’ en ‘The River’, dat Bruce halverwege even onderbrak, volgens sommigen om zijn emoties weer onder controle te krijgen.

De eerste Born in the USA-show op de lijst klassiekers is de laatste van tien shows in de Brendan Byrne Arena in East Rutherford, NJ, op 20 augustus 1984. Little Steven had afscheid genomen van de E Street Band, maar bij dit optreden voor een thuispubliek was hij even terug als special guest. Na ‘Jungleland’ kwam Steve meezingen op ‘Two Hearts’ en ‘Drift Away’. Ook de blazers The Miami Horns deden op meerdere nummers mee, waaronder ‘Tenth Avenue Freeze-out’, dat ook op de Live 1975/85-box staat.

Een van de Europese stadionshows van de Born in the USA-tour mag eigenlijk niet op de lijst ontbreken, omdat Bruce hier wel een heel groot nieuw publiek mee bereikte. Het openingsconcert op 1 juni 1985 bij Slane Castle voor zo'n honderdduizend toeschouwers is vermeldenswaardig, net als de twee shows in Göteborg, Zweden begin juni, die bekend staan als de concerten waar het onophoudelijke gespring van fans op tribunes het oude Ullevi stadion gesloopt hebben. De show in Wembley Stadium in Londen op de Amerikaanse Onafhankelijksdag, 4 juli, verdient ook een speciale vermelding. Bruce opende deze show toepasselijk met ‘Independence Day’ op akoestische gitaar, gevolgd door een snoeiharde bandversie van ‘Born in the USA’. Maar onze keuze valt op het concert in San Siro in Milaan, op 21 juni 1985, waar Bruce voor het eerst een Italiaans publiek meemaakte dat hem bedolf onder een ongekende lading passie en enthousiasme. Bruce heeft deze show in het verleden zelf ook al aangewezen als een van zijn meest memorabele concerten.



Het benefietconcert voor de Bridge School in Mountain View, Californië op 13 oktober 1986, hoort ontegenzeggelijk op de lijst met legendarische shows. Dit benefiet, georganiseerd door Neil en Pegi Young, was bedoeld om de opleiding en begeleiding van fysiek en verstandelijk gehandicapte kinderen op een school in Hillsborough, Californië financieel te steunen. Bruce trad hier op met Nils Lofgren en Danny Federici.
Voordat hij aan zijn eigen set begon, zong Bruce ‘Helpless’ mee met Neil Young. Springsteens eigen set bestond uit akoestische bewerkingen van nummers die toen nog voornamelijk bekend waren als bandnummers, zoals ‘Darlington County’, ‘Dancing in the Dark’ en ‘Glory Days’. Ook speelde Bruce hier de eerste akoestische versie van ‘Born in the USA’, een mooie versie van ‘Follow That Dream’ en zong hij op het einde met Crosby, Stills, Nash & Young en Robin Williams ‘Hungry Heart’ en ‘Teach Your Children’. De videoclip van ‘Fire’ is hier opgenomen. In 1995 keerde Bruce nog eens terug bij de Bridge Benefit, maar het optreden van toen, met veel nummers van The Ghost of Tom Joad, kunnen we geen klassieker noemen.



Legendarisch staat er wel op de stempel die op het Tunnel of Love-concert in Oost-Berlijn, op 19 juli 1988, prijkt. Deze show vond plaats achter het IJzeren Gordijn en werd gedeeltelijk uitgezonden op televisie en radio. 160.000 Oost-Duitsers zagen Bruce ‘Chimes of Freedom’ zingen na ‘Born in the USA’. Vooraf riep Bruce de leiders van het land op om de muur (door Bruce “barrier” genoemd) neer te halen. De speech kwam niet door de Oost-Duitse censuur en bleef buiten de televisie- en radio-uitzending, maar een jaar later werd Springsteens wens voor het Oost-Duitse volk alsnog werkelijkheid, al was dat uiteraard niet aan hem te danken.

De door Amnesty International georganiseerde Human Rights Now!-tour deed alle werelddelen aan, waardoor Bruce voor het eerst in Afrika en Zuid-Amerika speelde. Het concert in Ivoorkust was er een voor een overwegend donkergekleurd publiek. Bij de show in Zimbabwe werden 20.000 mensen uit Zuid-Afrika toegelaten, maar dit zijn voornamelijk blanke toeschouwers. Beide concerten waren hoogtepunten voor Springsteen en de band. Wij kiezen voor onze lijst het slotconcert, de show op 15 oktober 1988 in het immense River Plate Stadium in Buenos Aires, Argentinië. Niet alleen vanwege het dolenthousiaste publiek tijdens ‘Twist and Shout’, dat te zien is in de televisiespecial die later werd uitgezonden, maar ook omdat dit concert het laatste was van de E Street Band voordat Bruce in 1989 besloot zijn muziekmakkers aan de kant te schuiven, om de tien jaar erna zijn pad als soloartiest en samenwerkingen met andere muzikanten te gaan verkennen.



Het eerste benefietconcert voor The Christic Institute, in het Shrine Auditorium in Los Angeles op 16 november 1991, is ontegenzeggelijk een klassieker die niet mag ontbreken. Na een periode van afwezigheid zagen fans Bruce solo optreden, met een akoestische gitaar en achter de piano, waarbij hij alleen bij de toegiften twee nummers samen met Jackson Browne en Bonnie Raitt zong. Bruce zat in een nieuwe fase van zijn leven: hij was gescheiden van zijn eerste vrouw en getrouwd met Patti Scialfa, hij was verhuisd van New Jersey naar Beverly Hills en was vader geworden. Deze ontwikkelingen kwamen ook naar voren tijdens het optreden. Bruce speelde verschillende nieuwe nummers: ‘Real World’, ‘Red Headed Woman’ en ‘When the Lights Go Out’ (en de volgende dag nog ‘Soul Driver’). Voorafgaand aan ‘My Father’s House’ bekende Bruce een psychiater te bezoeken en toen een fan uit het publiek tijdens de show “I love you” riep, antwoordde hij: “But you don’t really know me”, een onverwachte reactie die zijn gemoedstoestand in die tijd misschien goed typeerde.

De shows in de periode 1992-'93 die Bruce met een band vol huurlingen gaf, zullen er weinig de lijst met klassiekers bereiken. Er kwam een concert voor de MTV Unplugged-serie die legendarisch had kunnen uitpakken, maar Bruce en Jon Landau besloten om “plugged” te gaan, en zo de Amerikaanse tour, die verre van uitverkocht was, wat beter te promoten. Vlak voor de Europese tour in 1993 deed Springsteen een warm-up-show in Red Bank, op 23 maart 1993, die vermeldenswaardig is vanwege enkele bijzondere en soms spontane uitvoeringen van onder andere ‘This Hard Land’ (een primeur), ‘I Ain’t Got No Home’, ‘Viva Las Vegas’, ‘All the Way Home’, ‘Point Blank’, ‘When You’re Alone’, ‘Janey Don’t You Lose Heart’ en ‘Achy Breaky Heart’. Maar eigenlijk komt alleen de voorlaatste show, van 24 juni 1993 in de Brendan Byrne Arena in East Rutherford, in aanmerking. En dan, ironisch misschien, vooral vanwege de gastmuzikanten die kwamen meedoen: Joe Ely, Southside Johnny, The Miami Horns,  Little Steven en Max Weinberg waren allen present. En toen Clarence Clemons tijdens ‘Tenth Avenue Freeze-out’  bij de regel “The change was made uptown” het podium opstapte en de saxsolo inzette, ging het dak van de zaal af.
Twee dagen later sloot de tour af in Madison Square Garden met een benefietshow voor het Kristen Ann Carr-fonds, een goed doel vernoemd naar de overleden dochter van manager Barbara Carr en Dave Marsh. Dit concert zal niet de status klassieker krijgen, omdat een deel van het publiek special guest Terence Trent D’Arby uitjouwde waar Bruce woedend op reageerde: “Moet ik sommigen van jullie onbeschofte klootzakken eraan herinneren dat iedereen op het podium hier mijn gast is?” Die avond kwam het niet meer goed tussen Bruce en zijn publiek en de 1992/'93-tour ging hiermee als een nachtkaars uit.



Het concert dat ter ere van de opening van het Rock ‘n’ Roll Hall of Fame-museum in het Municipal stadion in Cleveland op 2 september 1995 werd gehouden, was niet de eerste reünie van Bruce en de E Street Band samen op een podium (die vond eerder dat jaar plaats in de bar Tramps in New York bij de opnames van de videoclip van ‘Murder Incorporated’). De gehele show is in 1995 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en later verscheen een compilatie op een dubbel-cd. Het concert staat op onze lijst klassiekers, niet vanwege de korte set die Bruce met de E Street Band speelde, maar vanwege de duetten die Bruce met Chuck Berry, Jerry Lee Lewis en Bob Dylan deed.

Tijdens de soloakoestische The Ghost of Tom Joad-tour stopte Bruce ook in zijn hometown Freehold. Daar vond op 8 november 1996 een uniek concert plaats in de gymzaal van zijn oude basisschool St. Rose of Lima. Bruce kreeg hier als kind van nonnen les, iets waar hij jeugdtrauma’s aan overgehouden heeft. Bruce beschreef op het podium enkele anekdotes die hij daar door de jaren heen zoal had meegemaakt. Na zo’n veertig jaar was hij terug op de grond waaraan hij weinig goede herinneringen koesterde. Het optreden omspande veel bijzondere en toepasselijke uitvoeringen van nummers als ‘Mansion on the Hill’, ‘Used Cars’, ‘Growin’ Up’ en ‘My Hometown’ en Bruce sloot het concert af met ‘In Freehold’ dat hij speciaal voor deze avond had geschreven.



Een andere Ghost of Tom Joad-concert dat niet onvermeld mag blijven, vond nog geen drie weken na de show in Freehold plaats, in Asbury Park. Bruce gaf drie shows in het Paramount Theater en vooral bij de laatste, op 26 november 1996, kreeg hij steun van veel muzikale vrienden die hij kende uit de periode begin jaren zeventig: Danny Federici, Little Steven, Richard Blackwell, Vini Lopez en Big Danny Gallagher waren samen met Patti Scialfa en Soozie Tyrell aanwezig op het podium om verschillende nummers op te luisteren.

Het concert op 31 januari 1998 in het Count Basie Theater in Red Bank, New Jersey, was een benefietshow voor de familie van de in Long Branch omgekomen politieagent Patrick King. Regiogenoot Jon Bon Jovi was de organisator en riep daarbij de hulp in van Bruce, Little Steven, Southside Johnny en Bobby Bandiera. Tijdens de show zongen de muzikanten over en weer bij elkaars hits mee. Zo deed Bruce mee met Bon Jovi’s ‘You Give Love a Bad Name’ en ‘Wanted Dead or Alive’, zong Jon Bon Jovi mee met Bruce op ‘Tenth Avenue Freeze-out’, was ‘Two Hearts’ een duet tussen Bruce en Little Steven, zongen Bruce, Southside Johnny en Clarence Clemons ‘The Fever’ en zongen alle zangers samen op ‘Thunder Road’. Dit concert wordt gezien als het startpunt voor de reünie tussen Springsteen en de E Street Band en zou daarom een officiële uitgave verdienen. De eerdere reünie – in 1995 voor de Greatest Hits-opnames, twee optredens in maart/april en het concert voor de opening van het Rock ‘n’ Roll Hall of Fame Museum – bleek achteraf nog wat te voorbarig, vooral omdat Bruce toen met plannen voor een soloakoestische tour rondliep.



In 1999 was de reünie een feit. Springsteen ging met de band op tour, maar niet voordat hij (zonder band) in de Rock ‘n’ Roll Hall of Fame werd binnengehaald. Op 15 maart 1999 vond de inductie plaats in het New Yorkse hotel Waldorf Astoria. Na de speeches die bij zo’n ceremonie horen, was er een kort optreden van Springsteen en de E Street Band met ‘The Promised Land’, ‘Backstreets’, ‘Tenth Avenue Freeze-out’ en ‘In the Midnight Hour’, waarbij soullegende Wilson Pickett met Bruce kwam zingen. Bruce deed na afloop ook mee met de jamsessie met twee andere geëerde muzikanten Billy Joel en Paul McCartney.

Aan het einde van de Reunion Tour liep de E Street Band als een geöliede machine en zijn er enkele topshows te noteren, zoals het tweede concert in Hartford op 8 mei 2000 en de tweede show in Atlanta op 4 juni waarbij ‘Further On (Up the Road)’ en ‘American Skin (41 Shots)’ debuteren. Maar onze keuze is een veilige: het slotconcert op 1 juli 2000 in Madison Square Garden, New York. Een groot deel van deze show is uitgebracht op de video en cd Live in New York City, maar in een andere volgorde dan de gespeelde setlist. Bovendien ontbraken op de cd tien nummers (zes op de dvd) waaronder het belangrijke ‘Blood Brothers’. Op video is wel een fragment van de uitvoering terug te zien, Bruce had het laatste couplet van het nummer herschreven en voerde het couplet hand in hand met een aantal E Streeters op een rij vooraan op het podium uit. De show opende met het toen nog onuitgebrachte ‘Code of Silence’ en bevatte ‘American Skin (41 Shots)’, ‘The E Street Shuffle’, ‘Lost in the Flood’, ‘Further on (Up the Road)’ en Springsteens soloversie op piano van ‘The Promise’.



The Rising-tour kent meerdere bijzondere concerten, zoals het ochtendoptreden voor de Today Show in Asbury Park aan het begin van de tour, het laatste Europese concert in Milaan waarbij de hemel openbarstte en het publiek door een stortbui drijfnat regende en de shows in Giant Stadium, maar we kiezen het slotoptreden, op 4 oktober 2003 in Shea Stadium in New York. Bruce en de band traden drie keer op in dit befaamde honkbalstadion en het slotconcert kende mooie uitvoeringen van ‘Roulette’, ‘I Wish I Were Blind’ en ‘Back in Your Arms’. Het moment dat dit optreden meest bijzonder maakte, was het special guest-optreden van Bob Dylan. Hoewel de oude meester nauwelijks hoorbaar meezong op ‘Highway 61 Revisited’, was Springsteens waardering voor Dylan overduidelijk zicht- en voelbaar. Het concert eindigde Bruce met ‘Blood Brothers’, op eenzelfde manier als dat hij drie jaar eerder de Reunion-tour in Madison Square Garden afsloot.

We zetten ook een kerstshow op de lijst met klassiekers, omdat Bruce er in de loop der jaren meerdere in Asbury Park georganiseerd heeft en de sfeer bij deze shows altijd zeer bijzonder was. De show van 8 december 2001 in de Convention Hall is memorabel, vanwege de gastoptredens van Elvis Costello, Bruce Hornsby, Garland Jeffreys, Nils Lofgren, Southside Johnny en de South Community Choir. Maar we kiezen voor de tweede kerstshow van 2003, op 7 december, onder leiding van Bruce en de Max Weinberg Seven stond. Er zijn veel gastoptredens, van Southside Johnny, Little Steven, Nils Lofgren, Jon Bon Jovi, Bobby Bandiera, Garland Jeffreys, The Victorious Gospel Choir en Willie Nile, maar deze show is vooral bijzonder vanwege het optreden van Sam Moore. Bruce straalt zichtbaar veel genoegen uit als hij naast deze soullegende  op het podium staat. Ook veel mooie uitvoeringen passeerden de revue. 'The Wish', solo door Bruce op piano gespeeld, verdient een speciale vermelding.

We willen geen tour overslaan, dus ook niet de korte Vote for Change-tour waarin Bruce een collectief vormde met een aantal muzikanten die allen partij kozen voor John Kerry, de Democratische presidentskandidaat die het uiteindelijk aflegde tegen George W. Bush. We kiezen voor het concert op 5 oktober 2004 in St. Paul, onder meer door het gastoptreden van Neil Young die met Bruce en de E Street Band venijnige uitvoeringen van ‘All Along the Watchtower’, ‘Souls of the Departed’ en ‘Keep On Rockin’ in the Free World’ speelde. Het optreden was een typisch concert voor die tour, waarin Bruce samenwerkte met Bright Eyes, REM en John Fogerty. Een ander concert dat hoge ogen gooide was het laatste optreden van deze korte tour, op 13 oktober 2004 in de Continental Airlines Arena in East Rutherford. Hierbij waren REM en Bright Eyes niet aanwezig, maar wel John Fogerty, Eddie Vedder, Jackson Browne en Patti Scialfa, die een korte openingsset speelde.



Uit de concerten van de Devils & Dust-tour is het lastig kiezen. De twee shows in de Londense Royal Albert Hall zijn vermeldenswaardig, net als het concert op de boardwalk van Atlantic City. Het optreden voor de opname van Storytellers verdient ook een speciale vermelding, omdat Bruce rond het spelen van een aantal nummers de betekenis van de tekst uitlegde. Omdat deze show (grotendeels in z’n geheel) al is uitgebracht, valt de keuze op het slotconcert op 22 november 2005 in de Sovereign Bank Arena in Trenton, New Jersey. Een aantal bijzondere uitvoeringen deze avond: ‘Zero and Blind Terry’, ‘Backstreets’, ‘Drive All Night’, ‘All that Heaven Will Allow’, ‘Song for Orphans’ en ‘Thundercrack’ op piano, ‘Growin’ Up’ op ukulele. ‘Born in the USA’, ‘It’s Hard to Be a Saint in the City’ en ‘Fire’ zong Bruce door de distorted radiomicrofoon. Tegen het einde van de show liet hij een aantal familieleden, waaronder zijn kinderen, rond zijn piano plaatsnemen en speelde hij ‘Santa Claus Is Comin’ to Town’.



Het eerste optreden van Springsteen op het New Orleans Jazz and Heritage Festival (foto hierboven), op 30 april 2006 met de Seeger Session Band, was het openingsconcert van de bijbehorende tour en een belangrijk optreden voor de bevolking van de stad die door de orkaan Katrina hard getroffen was. Mensen uit New Orleans ervoeren bij dit optreden een emotionele steun die ze van een groot deel van de Amerikaanse bevolking en regering tot dan toe gemist hadden. Het debuut van ‘How Can a Poor Man Stand Such Times and Live?’, dat Bruce opdroeg aan “President Bystander”, had Springsteen speciaal voor New Orleans geschreven.



Van de Magic-tour herinneren we ons vooral een leegte die in de E Street Band ontstaat door het overlijden van Danny Federici. Zijn laatste volledige show, op 19 november 2007 in de TD Banknorth Garden in Boston, hoort op het lijstje met klassiekers thuis. Danny’s afwezigheid bij de Europese tour wordt pas kort van tevoren aangekondigd, en de reden waarom, werd pas enkele dagen na de concerten in Boston officieel bekendgemaakt. Fans die de shows voorafgaand aan de twee concerten in Boston hadden bijgewoond, was de zwakke fysieke gesteldheid van Danny al opgevallen. De organist/accordeonist stond in Boston veelvuldig in de spotlight bij nummers als ‘4th of July, Asbury Park’, ‘This Hard Land’, ‘The E Street Shuffle’ en ‘Kitty’s Back’. En het moment van afscheid nemen aan het einde van de show is een van de emotioneelste momenten ooit tijdens een Springsteen-concert. Danny keerde nog een keer terug op het podium, op 22 maart 2008 in Indianapolis, waar hij een deel van het optreden meedeed. Drie weken overleed hij aan de gevolgen van melanoom. Dat optreden in Indianapolis en ook het eerste concert na zijn overlijden, op 22 april 2008 in Tampa, zijn vanwege de emotionele lading ook vermeldenswaardig, maar omdat we liever het leven van Danny herinneren in plaats van zijn dood, kiezen we voor het optreden in Boston.
De Magic-tour kende nog enkele vermeldenswaardige shows, zoals het concert in het Antwerpse Sportpaleis in 2008, het laatste Europese concert in Camp Nou, Barcelona en de show in St. Louis op 23 augustus 2008.

In het begin van 2009 zijn er twee vermeldenswaardige shows die voor Springsteen zelf vast erg veel betekenen. Het optreden bij de inauguratie van president Obama op 17 januari (Bruce speelt ‘The Rising’ en met Pete Seeger en diens kleinszoon ‘This Land is Your Land’) en het 12-minuten durende optreden in de rust van de Superbowl op 1 februari. Maar de Working on a Dream-tour die in dat jaar volgt, krijgt twee plekken op de lijst van klassieke concerten, vanwege het unieke karakter van deze shows. Springsteen speelde voor het eerst complete albums. De uitvoering van The River, op 8 november 2009 in Madison Square Garden in New York, is nooit meer herhaald. Naast de volledige uitvoering van The River hoorde het publiek in New York ook verzoeknummers als ‘Sweet Soul Music’ en ‘Can’t Help Falling in Love’.



Het volgende Working on a Dream-concert op de lijst is de tourafsluiter in Buffalo, New York op 22 november 2009. Niet alleen vanwege de integrale en eenmalige uitvoering van Greetings from Asbury Park, N.J. of vanwege het verjaardagsfeestje van Little Steven die als cadeau ‘Restless Nights’ mocht uitvoeren, maar ook omdat dit het laatste tourconcert van Clarence Clemons was.

Ook het (onvoorziene) laatste concert van Clarence Clemons op 7 december 2010, een half jaar voor zijn onverwachte dood, staat op onze lijst. In aanwezigheid van een select gezelschap werden in het Carousel House in Asbury Park video-opnames gemaakt. Springsteen speelde met de E Street Band, aangevuld met blazers en met David Lindley op viool, tien nummers van The Promise. Slechts vier daarvan verschenen samen met ‘Blue Christmas’ als bonusvideo op de dvd The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town.

Het tweede Wrecking Ball-concert in Parijs, op 5 juli 2012, mag van ons niet op de lijst ontbreken. Een snikheet Palais de Omnisport Bercy (de airco was defect) haalde het beste in Springsteen naar boven. Zijn moeder op de tribune zag dat haar zoon zijn dochter Jessica als danspartner bij ‘Dancing in the Dark’ uitkoos. Maar ook de vele bijzondere keuzes op de setlist, zoals ‘Something in the Night’ aan het begin van de show, ‘Incident on 57th Street’ en de pianoversie van ‘For You’, en de intensiteit van het geheel maakten dit tot een van de beste Europese shows ooit gegeven.



Het concert in het Olympisch stadion in Helsinki, op 31 juli 2012, krijgt de klassiekerstatus, al is het maar omdat deze slotshow van de Europese 2012-tour het langste concert is dat Bruce ooit gaf. De show ging met 6 minuten over de 4 uur speeltijd heen. Dat is nog afgezien van de preshow van 25 minuten die Bruce speelde voor de vroege aanwezigen. Na een vijftal akoestische nummers liep hij de eerste rij langs om veel fans persoonlijk te bedanken. Een aantal bijzondere uitvoeringen in de show, zoals ‘Back in Your Arms’, de semi-akoestische ‘I Don’t Want to Go Home’ en ‘Higher and Higher’. Het concert enkele dagen daarvoor, in Ullevi op 28 juli 2012, is ook vermeldenswaardig gezien de emotionele lading die deze show kreeg toen Bruce ‘Jungleland’ voor het eerst sinds de dood van Clarence weer van stal haalde.



Opnames van de concerten van de High Hopes-tour zijn allemaal al officieel uitgebracht en hoeven dus niet op het lijstje met dertig klassiekers te staan. Wellicht dat een van de shows in Zuid-Afrika of Australië, en dan met name het laatste concert in Brisbane op 26 februari 2014, mede vanwege de integrale uitvoering van The Wild, the Innocent and the E Street Shuffle, tot deze klassiekers gerekend zouden mogen worden, maar deze keuze hoeft niet gemaakt te worden, want ook deze opname is al te bestellen via Springsteens website.

Setlisten en concertdetails voor alle genoemde concerten zijn terug te vinden via Brucebase en Bosstime.




OVER BE TRUE
E-MAILNIEUWSBRIEF