Interview Southside Johnny

"Ik vang liever het moment dan dat ik iets schrijf waarvan ik denk dat het perfect is"

Interview Southside Johnny 16-07-2010

De avond voor zijn optreden op Bospop (op 10 juli), praat Be True uitgebreid met Southside Johnny ter gelegenheid van het verschijnen van zijn nieuwe studioalbum 'Pills and Ammo'. Hoewel hij dezelfde ochtend is aangekomen voor het bliksembezoek (de dag na het optreden vliegt hij weer terug) is hij in een opperbeste bui. Fluitend loopt hij de hotellobby binnen.

Door Jos Westenberg en Muriël Kleisterlee

Be True: We hebben even geteld, en het is alweer je 16e studioalbum, en als je al de compilatiealbums en live-albums meetelt zit je al aan je 26e of 28e album.
Southside Johnny: Nou, ik weet niet precies hoeveel albums we al uit hebben. We zijn begonnen met opnemen in '65 of '66 , of wanneer het ook was. Ik heb nooit gedacht dat we nog een andere plaat zouden opnemen, want het week zo af van wat andere mensen deden. Dus ik beschouw ieder album als erg waardevol. Ik denk altijd dat het een keer ophoudt. Niet dat ik pessimistisch ben, maar het leek niet mogelijk dat ik zo'n lange carrière zou hebben. Ik weet hoe moeilijk het is om muzikant van beroep te zijn, albums uitbrengen, live-materiaal en compilaties.

Vooral de laatste jaren, de laatste tien jaar, breng je ook outtakes en meer live-albums uit, ook oudere.
Hood, die al heel lang mijn roadie is, kwam met het idee van een Jukebox en alle outtakes. Ik kijk juist altijd naar de toekomst, ik schrijf richting de toekomst. Ik zit te denken: wat zal i k nu weer eens doen? En hij houdt van alles wat met de Jukes te maken heeft. Ieder souvenir dat ik krijg, geef ik aan hem en hij bewaart het. Dus hij is verantwoordelijk voor het Jukeboxalbum. Ik had er niets mee te maken. Dat klinkt alsof ik weinig betrokken bij mijn carrière, maar dat ben ik wel.

Kun je wat vertellen over Pills and Ammo, het nieuwe album. De nummers lijken wat scherper te klinken.
Ja, veel scherper, agressiever ook, en veel meer met een rock & roll-basis. Dat komt door de economie en hoe ik me anderhalf jaar geleden voelde. Ik ging er nummers over schrijven. Ik realiseerde me dat er boosheid was over dingen die gebeurden. Maar ik weet ook dat goede rock & roll-albums een uitlaatklep kunnen zijn als ze uitkomen in een slechte tijd. Ik dacht misschien moet ik dat maar eens proberen. Het is een veel agressiever en scherper album, zodat mensen wat van hun woede en frustratie kunnen ventileren maar het tegelijkertijd naar hun zin hebben. Ik wil niet de straat op om te protesteren, maar soms doe je dat. Ik was niet in de mood voor romantiek of soul, ik had meer zin in rock & roll.

Dus ironisch genoeg zei ik tegen mijn keyboardspeler (Jeff Kazee) met wie ik nu nummers schrijf: laten we een gitaaralbum maken. Dus we zochten twee gitaristen, we kregen Andy York van John Mellencamp’s band en hij speelde samen met Bobby (Bandiera). Het was fantastisch, iets beters hadden we niet kunnen doen. Ze triggerden elkaar en iedereen raakte er ook door geïnspireerd in de studio. Je laat dingen gebeuren in de studio. Alle nummers kwamen voort uit gitaargeoriënteerde, wat bozige uptempo rock & roll zoals die van de Rolling Stones, Small Faces, of zelfs The Clash.

De rol van Jeff komt op dit album duidelijk naar voren. Hij schreef ook al wat nummers met jou voor Going to Jukesville en Into the Harbour. Het nieuwe album is één groot samenwerkingsproject. Blijkbaar voel je je dus goed bij het werken met Jeff?
Ja, Bobby en ik hebben veel nummers geschreven, maar nu werkt hij voor Jon (Bon Jovi). En hij probeert een beetje zijn eigen weg te vinden. Hij geeft concerten in Red Bank, New Jersey, met een groep verschillende mensen, wat Jukes en wat anderen, waar hij maar zin in heeft. Jeff is natuurlijk een muzikant maar ook een geweldige samenwerkingspartner. We maken veel ruzie, wat altijd goed is. We discussiëren over songteksten, nummers, het is erg stimulerend. Als je al zo lang speelt, vind je sommige dingen vanzelfsprekend worden. Ik haat dat, ik wil dat niet hebben op het podium en al helemaal niet als ik schrijf. Dus Jeff is een nieuw soort partner voor me. Ik bedoel: ik ken hem natuurlijk goed, maar ik had nog nooit binnen bepaalde kaders samen nummers geschreven. We hebben veel gebotst, het bracht echt het beste in ons beiden boven, vind ik. Ik heb in het verleden ook nummers met andere mensen geschreven, met gemak en met plezier, en dat worden dan gemoedelijke, vrolijke uptempo nummers. Maar voor dit album had ik iemand nodig die me tot het uiterste zou drijven, en ik dreef hem tot het uiterste.
Southside Johnny en keyboardspeler Jeff Kazee, met wie hij het nieuwe album 
schreef. (Foto: Jos Westenberg)
De ondertitel van 'Pills and Ammo' is: a little chaos is good for the soul.
[Lacht.] Ik zei dat tussen twee opnames door en Joe Prinzo zei: dat moet je op het album zetten, aan het eind van een nummer. Kijk, we waren in de studio bezig met de ritmesectie, want ze zijn zo goed. Shawn Pelton en alle anderen, John Conte en Jeff, Bobby en Andy. We laten ze gewoon spelen. Aan het eind van het nummer laat je ze nog twee of drie minuten doorspelen, gewoon om wat gekkigheid uit te halen met het nummer, harder spelen, zachter spelen, kijken wat er nog meer in zit. Op een gegeven moment deden we een rave-up, ze gingen allemaal harder en gekker spelen, en dan hou ik me wat op de vlakte. Ik zong dus live met de band in de studio. Uiteraard stond ik in een andere kamer, want zij spelen zo hard, en daar sta ik dan in mijn eentje, zonder iets te kunnen horen.
Southside Johnny: "Go ahead, make some photos, but I am not tieing my shoes." (Foto's: Muriël Kleisterlee)
We hebben uit eerdere interviews begrepen dat dat de manier is waarop je graag een plaat opneemt; met een live-band.
We hoorden eens een interessant interview met Alain Toussaint, je weet wel, die geweldige songwriter/pianist uit. Hij schreef ieder deel van een nummer op, hij schreef iedere basnoot en drumnoot uit. En al die fantastische muzikanten uit New Orleans respecteerden hem genoeg om zo te willen spelen. Maar zo zit ik niet elkaar. Steve Van Zandt doet het ook wel eens op die manier. Maar hij vindt het ook niet erg om dingen te laten gebeuren, hij vindt het leuk als mensen hun eigen ideeën nastreven. Ik kijk naar die muzikanten en zie hoe goed ze zijn, hoe ze spelen, waar ze naartoe bewegen. Ik vang liever het moment dan dat ik iets schrijf waarvan ik denk dat het perfect is. Ze zijn beter dan ik, dus…
Dus je geeft de Jukes veel vrijheid?
Ja, veel vrijheid, tenzij iemand niet weet wat hij moet spelen. "Speel dit maar", zeg ik dan. Dat heb ik ook moeten doen. Meestal probeer je in de studio met de beste mensen te werken. Zij begrijpen je en je laat ze vrij spelen. 
'One More Night to Rock' en 'Keep on Moving' zijn twee geweldige nummers op het album die refereren aan je eerdere werk. Het lijkt ook een link te hebben met je leven als muzikant. Maar tussen die twee nummers heb je ook nog 'A Place Where I Can’t Be Found'.
Dat is ook een referentie aan mijn leven als muzikant [lacht].
Ik denk dat het ook wat meer de mens John Lyon is, met een meer introvert en privé-leven. Hoe houd je het evenwicht tussen die twee persoonlijkheden?
Eigenlijk zijn het allemaal dezelfde persoonlijkheid. 'One More Night To Rock' is als ik optreed, als ik op het podium ben. Soms heb ik het gevoel dat het nog niet helemaal gebeurt, je wil alles loslaten en het beste uit de avond halen, uit het moment dat daar is. Maar buiten het podium wil je soms liever met rust gelaten worden. Ik ben door de jaren heen wat meer een kluizenaar geworden dan voorheen. Toen ik een tiener was, hing ik in bars rond. Met bandjes, tot twee of drie uur 's nachts. Hoe graag ik ook speel, dat wil ik niet meer. Sommige mensen willen dat ik na de shows nog uit ga. Maar daarvoor ben ik te moe, ik heb dat zo lang gedaan, en vaak wil ik niet meer in een bar zijn. Ik woon in een kleine plaats. Mensen kennen me en weten dat ik een zanger ben, maar ze laten me met rust. Omdat ze weten dat ik dat wil. Maar op bepaalde plekken waar je komt, lopen mensen je achterna. Ik heb het meegemaakt, met name met Bruce en Jon Bon Jovi. Dat is zeker niet wat ík wil. Ik liep eens een keer met Bruce Springsteen over de boardwalk. Ik kijk achter me en zie wel zo´n stuk of driehonderd mensen die ons volgen. En weet je, we waren gewoon maar twee pratende mannen die over de boardwalk wandelden. Ik kon dat niet uitstaan. Je kunt nergens heen, zonder dat er iemand is die je aanstaart. Dat is niks voor mij. Daar gaat dat nummer over.
Denk je echt dat ze nooit een moment voor zichzelf hebben als ze over straat lopen?
Bruce zorgt er wel voor dat hij dat kan doen. Dan gaat hij ergens heen, met of zonder Patti. Hij straalt gewoon iets uit van “ja, je laat me dus wel met rust”. Ik heb hem dat zien doen. Maar er komt altijd wel zo´n gek naar hem toe, die schreeuwt en roept. Zo´n soort leven, dat kan ik niet begrijpen. Ik koop mijn groenten graag zelf in de winkel. Ik loop graag rond, rij in mijn auto, terwijl ik een beetje nadenk. Ik zou het haten als overal waar ik naartoe zou gaan veel mensen naar me toe zouden komen. Je moet je eens voorstellen hoe het is om in New Jersey te wonen als je Bruce Springsteen bent, en je probeert een privé-leven te hebben en gewoon een normaal mens te zijn. Het gaat simpelweg niet.
De Jukes hebben veel veranderingen ondergaan, er staan inmiddels wel zo´n honderd namen in de stamboom van de Jukes.
130 onderhand...
Wie staan er morgen op Bospop allemaal naast je op het podium?
Nou, Joey Stann zou er ook bij zijn, maar hij is ziek geworden… En dat hoorden we pas toen we het vliegtuig instapten, dus Joey is er niet... Eddie Manion is er wel met zijn baritonsax, hij moet wat tenorstukken overnemen op zijn bariton. Eens kijken wat er gebeurt [lacht]. Hij is misschien nerveus, maar ik niet [lacht]. Bobby speelt bij Bon Jovi, Andy York bij John Mellencamp. Glenn (Alexander) is wel bij ons, maar we hebben dus maar één gitarist. Dat wordt interessant, want op het album hebben we twee gitaristen. Maar Glenn is een geweldige muzikant, dus ik maak me er geen zorgen om.
En je hebt ook nog een nieuwe drummer, Tom Seguso. Waar duikel je al die mensen op?
Aanvankelijk deden we audities om nieuwe mensen te vinden, maar daar kreeg ik al snel genoeg van. Zodra je een reputatie opbouwt, omdat je een goede band hebt waar mensen bij willen spelen, dan krijg je telefoonnummers toegeschoven en gaan mensen je muzikanten aanbevelen. Rusty Cloud beval Jeff aan. Jeff beval John Conte aan. Tom Seguso, “the Goose”, werd ons ook aangeraden door wat mensen. We probeerden hem uit en hij doet het goed, een geweldige Juke. Hij past er goed bij. Geen fratsen, als je begrijpt wat ik bedoel. Hij is geen prima donna. Dat heb je nodig in een band als de onze. Zoals je wel kunt opmaken uit ons tourschema, hebben we geen privé-jets of bedienden. Het is gewoon heel hard werken. Je hebt mensen die niet echt veel werk aankunnen. Maar Tom doet het goed.
Kennen jullie G.E. Smith? Een beroemde gitarist, hij heeft onder anderen bij Dylan gespeeld. Hij doet geloof ik ook Saturday Night Live of zoiets dergelijks. Enkelen van ons zijn al jaren met hem bevriend. En we hebben al vaak met hem gespeeld. Eigenlijk wilde ik hem op het album laten spelen met Bobby, maar hij had al iets anders. Toen zouden we Warren Haynes van de Allman Brothers vragen, die we vrij goed kennen, maar hij had ook al iets anders. Ik geloof dat het John Conte of Jeff was die zei: weten jullie wel dat Andy York weer hier is, laten we hem proberen. Ik kende hem niet zo goed. Ik houd wel van de muziek van John Mellencamp, maar ik had nooit zo op zijn muzikanten gelet. Dus ik zei: oké, laten we hem maar proberen. 
En wat heb je afgesproken met Bobby, kan hij weer bij de Jukes komen spelen?
Natuurlijk, als hij dat wil, dan kan dat. Ik weet niet zeker wat Bobby gaat doen. Jon heeft een tour, wij hebben een tour. We gaan wel een paar keer samen optreden. Ik weet eerlijk gezegd niet wat er gaat gebeuren. Het hangt ervan af wat hij wil. Hij wil iets met zijn eigen muziek doen, hij probeert een album af te maken. Ik denk dat na twintig jaar met de Jukes er wel genoeg van heeft.
Op dit album speel je ook met Gary US Bonds. En Little Steven deed mee aan de release party voor de radio. Hoe was het om met je oude vrienden te spelen?
Fantastisch. Gary en ik kunnen het erg goed met elkaar vinden, ik kom wel eens bij hem thuis in Long Island en het is zo'n soort vriendschap waar we elkaar steeds voor gek proberen te zetten, gewoon plezier maken. We kunnen goed met elkaar opschieten, ook met zijn vrouw en dochter. Ik voel me erg op mijn gemak bij Gary. Ik had zo´n New Orleans-getint nummer dat ik samen met iemand anders wilde zingen, en ik dacht: goh, wie zal ik hier nou eens voor vragen? Het duurde wel een maand voordat me te binnenschoot: o ja, Gary. Hij kwam voor de opnames en dat verliep vlot en leuk. Er zijn veel grapjes gemaakt op het album, dat is wat er gebeurde in de studio. Er stond niets opgeschreven, behalve de songteksten. En Steven, die zie ik niet meer zo heel veel omdat hij het zo verschrikkelijk druk heeft. En net zoals ik al zei: als ik vrij ben, ga ik ook niet de deur uit. Maar hij kwam naar de luistersessie en ik moest hem het podium opslepen, maar hij heeft meegespeeld en het naar zijn zin gehad. Hij houdt van garage rock, en dat is wat we speelden. Die luistersessie was geheel spontaan, zingen en dansen. Nummers roepen, dingen verzinnen, dus het was net als in een garage band.
Little Steven zingt mee bij Southside Johnny's listening party in New York,
2 juni 2010. (Foto: John Cavanaugh)
Ik geloof dat Steve begin dit jaar in een interview zei dat hij wat concerten met jou wilde doen.
Hij is altijd meer dan welkom om ons op het podium te vergezellen, maar er zijn geen echte plannen. Zodra we deze concertreeks in juli erop hebben zitten, ga ik eens polsen wat hij wil. Misschien dat we nog wel een album maken. Hij heeft wel eens van die periodes dat hij opeens metal wil spelen, of dit, of dat. Ik weet het niet, ik heb het er niet met hem over gehad, dus ik kan niet voor hem spreken. Maar als hij samen wil werken... ik werk graag met Steven samen. Hij is een van de beste mensen met wie ik heb samengewerkt, hij is een geweldige songwriter. Wat mij betreft is hij een van de beste songwriters van Amerika.
Door de jaren heen zijn er heel wat benefietconcerten in New Jersey geweest, waar veel lokale muzikanten, jij en Springsteen het podium deelden. De schoolbenefieten, de kerstshows en dergelijke met oude vrienden van de Jersey Shore. We zien veel bijzondere samenwerkingen en bijzondere nummers tijdens deze optredens. Zijn deze shows ook voor jou bijzonder?
Ze zijn op een bepaalde manier inderdaad wel bijzonder. Voor mij zijn het gemakkelijke optredens, omdat ik de show niet twee uur lang hoeft te dragen. Ik hoef me geen zorgen te maken over de kaartverkoop. Ik kan wat drinken als ik daar zin in heb. En Bruce is over het algemeen in een heel goede bui tijdens die shows, hij gaat gewoon zijn gang. Ik vind het geweldig om dat te zien. En we spelen meestal met andere muzikanten dan bij gewone optredens, Bobby’s band en wie er dan ook maar zijn gezicht komt laten zien. Het loopt soepel omdat we dit al dertig of veertig jaar samen doen. Steven, Bruce en Bobby, bij elkaar kennen we wel duizend nummers. Dus als iemand roept om een Bo Diddley-nummer, dan is dat een makkie. Voor mij is het leuk, het is niet zo'n inspanning.
Toen ik Bruce voor het eerst zag spelen, improviseerde hij veel. Dat kan hij niet meer doen, want hij heeft een enorm oeuvre en hij weet dat mensen bepaalde nummers willen horen. Wij hebben dezelfde problemen. Nu heb ik een nieuw album uit en wil ik daarvan wat spelen, maar je hebt maar een beperkte tijd tot je beschikking. Dat kan lastig zijn. Maar als Bruce dat soort benefietshows doet, is het allemaal vrij spontaan.
Bruce en Southside Johnny bij de benefietshow voor Boston College in de Stone Pony, Asbury Park,
17 oktober 2009. (Foto's: Jos Westenberg)
Morgen treed je op op een festival, je enige concert in Europa deze zomer. Hoe is het om op festivals als Bospop te spelen?
Nou, vorig jaar hebben we ook zo'n optreden gehad, niet op Bospop, maar op een festival in België. Ik was niet zo blij met die show omdat het geluid op het podium erg slecht was. Dat is het enige probleem dat ik ermee heb, meestal kun je geen soundcheck doen. Maar het publiek was geweldig, ik kom hier graag. Europa is voor mij altijd een prestatie, iedere plek buiten de Verenigde Staten eigenlijk. Omdat ik uit een kleine plaats kom, wilde ik altijd reizen. Dus iedere keer dat ik hier kom, heb ik echt het gevoel dat ik iets gepresteerd heb, ik ben dan in ieder geval niet in New Jersey. Niet dat ik niet van New Jersey hou, maar het idee om iets van de wereld te kunnen zien, is fantastisch. Vaak is het publiek hier heel erg enthousiast. Ze krijgen ons niet zo vaak te zien. Met de blazers erbij en zo. En die groezelige zanger.
Op Bospop zullen de mensen wel in een feeststemming zijn, want Nederland speelt de finale van het WK Voetbal.
Ja! We zijn ons steeds meer voor voetbal gaan interesseren sinds we vele jaren geleden, in de jaren zeventig, voor het eerst in Engeland optraden. Dus ik kijk al heel lang naar voetbal. De mensen in Amerika beginnen nu eindelijk ook meer naar voetbal te kijken en erover te praten. Het WK is groot in Amerika. Hoewel heel wat critici nog zeggen: wie geeft er nou om voetbal, zijn er veel mensen die er naar kijken. Dus we vinden het ook wel leuk dat WK. We hadden natuurlijk graag gezien dat Amerika door was gegaan, maar ik denk dat ze het goed hebben gedaan gezien hun mogelijkheden. Ik had het er over met mijn Belgische vriendin, maar België heeft het WK niet gehaald. Ik vroeg haar of ik supporter kon worden van Nederland. Ze zei: nou, vooruit dan maar.
Jaren geleden moesten we eens optreden toen het American football-team de Pittsburgh Steelers de Superbowl hadden gewonnen. Ze wonnen al voor de derde of vierde keer achter elkaar. We moesten in Pittsburgh optreden en het publiek was krankzinnig. Er liepen honderdduizenden mensen door de straten. We gingen het podium op en kregen vijf minuten lang een grote staande ovatie, terwijl we nog geen noot hadden gespeeld! Het kon ze niet schelen, al zouden we Tiny Tim of the Carpenters zijn geweest, dat was ze om het even geweest. Ze waren zó blij. Dus ieder nummer dat we speelden was briljant [Southside moet hier nog smakelijk om lachen].
Heb je al wat nummers uitgekozen die je morgen wilt spelen? 
Nee, dat zie ik morgen wel. We zullen wat nieuwe en wat oude nummers spelen. Ik weet dat mensen 'I Don’t Want to Go Home' willen horen en dat soort dingen, maar ik wil ook wat nieuwe nummers spelen. En we hebben veel ruimte om te zien wat er nog meer kan gebeuren. Dat is een van de mooie dingen van muziek maken, het toeval. Iemand maakt een fout en je gaat er gewoon in mee en ziet wel in welke richting het je voert. Soms raakt het publiek daar wat van in de war, maar soms leidt het tot heel mooie dingen.
In de herfst kom je weer terug naar Europa. Als het goed is speel je dan je twaalfde of dertiende show in Paradiso.
Echt waar? Zoveel al?!
En er is een concert in Groningen. Het lijkt er de laatste jaren op dat je steeds weer terugkomt naar Europa. Kunnen we je de komende jaren ook weer verwachten? 
[Gekscherend:] Zolang ik maar geen vervelende ervaringen heb, want dan komen we nooit meer terug. [Serieus:] Nee, we komen graag terug. Zoals ik al vertelde kom ik graag naar Europa. Hood komt graag in Amsterdam, omdat hij daar dingen kan doen die in Amerika niet zijn toegestaan. Toen we voor het eerst in Paradiso speelden, was het zo wild, een kerk, de hasjrook, het was zo anders dan we gewend waren. We zijn altijd een beetje opgewonden als we hier weer spelen. Ik weet nog niet zeker of ik in de herfst ook een tweede gitarist meeneem, maar dat zien we nog wel. Misschien wel John’s broer Steve Conte, hij heeft pas nog met de New York Dolls gespeeld. Hij is een echte rocker en kent veel nummers. 
Nog een laatste vraag over je nieuwe album. Hoe moeilijk of makkelijk is het tegenwoordig om zonder de hulp van een platenmaatschappij nieuwe albums te verkopen?
Het is wel moeilijker geworden, want een platenmaatschappij kan bij een radiozender aankloppen en zeggen: laat dit eens horen, anders geven we je niet de nieuwste Lady GaGa, of waar ze op dat moment van in de wolken zijn. Dus het is lastig, en natuurlijk vooral op mijn leeftijd. De radio is alleen geïnteresseerd in de jongere generatie. Maar met het internet en een solide fanbasis komt het wel goed. Hopelijk kunnen we met dit album wat meer doen. Ik denk dat het wat toegankelijker is. Dus we proberen op de radio te komen. Sirius Radio, die satellietzender, is heel aardig voor ons geweest. De onderdirecteur is een oude vriend van ons. Steven heeft zijn eigen radioshow... veel mensen die ik ken hebben eigen programma's. Daarmee hebben we geluk. We zien graag dat het album wat meer gedraaid wordt, vooral in Amerika. Dat is niet zo makkelijk. Ze kunnen moeilijk aandacht aan je besteden als je niet bij de nieuwste trend hoort.
Maar gelukkig heb je je website, en zijn er social media zoals Twitter en Facebook.
Jeff (Kazee) houdt zich daarmee bezig. En (mijn tourmanager) Joe Prinzo. Voor mij is dat buitenaards terrein. 
Het is toch een mooie manier om met fans verbonden te zijn. 
Zeker, wat ik er het mooist aan vind, en dat heb ik al heel vaak gezegd, is dat mensen zoals jullie op internet zien wat er gebeurt, je kunt bevriend raken met mensen in Engeland, Amerika, waar dan ook. En als je zin hebt om naar concerten te gaan, ga je. Dan speelt Bruce de ene week, en ik de week erna, en tussendoor is er misschien ook nog wel wat. Dan kun je komen en bij die mensen logeren, je kunt met ze meerijden naar concerten. Dat is geweldig. Ik wou dat ik dat had gehad toen ik een tiener was. Ik zou overal naartoe zijn gegaan om bandjes te zien optreden. Bluesbands, Otis Redding, Hendrix en zo. Maar toen hadden we nog geen internet. Je las over een show ergens in Atlanta, Georgia, en het kon gewoon bijna niet in je opkomen om daar naartoe te gaan. We hadden geen geld om de trein te nemen. En dan had je nog al die festivals in de jaren zestig. Het was moeilijk om die te bezoeken voor jongens als wij, we hadden er geen toegang tot.
Herinner je nog wat het eerste concert was dat je zag?
Het eerste optreden die ik ooit zag, bedoel je? Een van de eerste shows die ik hoorde was BB King, in ehh… '62. Hij speelde in de Orchid Lounge, een kleine betonnen club in het zwarte gedeelte van Asbury Park, op Brickman Avenue. Mijn broer en wat vrienden gingen er heen, maar we mochten niet naar binnen, want we waren twaalf, veertien jaar. We stonden buiten en luisterden door het raam heen, totdat er een man naar buiten kwam die ons wegjaagde. Kijk, wij waren van die dunne, blanke kereltjes, in zo'n ruige zwarte buurt, om 11 uur 's avonds. En ik herinner me nog dat ik die gitaar hoorde, door de muren heen, wauw, dat was geweldig...
En BB King speelt nog steeds.
Ja, hij speelt nog steeds. In het jaar dat ik geboren werd, speelde hij driehonderd en nog wat shows. Dat is ongelofelijk.
Het nieuwe album Pills and Ammo van Southside Johnny is, ook als download, te koop via de speciale Pills and Ammo-pagina op zijn website.
In oktober spelen Southside Johnny & The Asbury Jukes in Amsterdam en Groningen. Voor beide shows zijn nog kaarten te koop.
Je kunt dit interview ook geheel in het Engels lezen.

De rol van Jeff komt op dit album duidelijk naar voren. Hij schreef ook al wat nummers met jou voor Going to Jukesville en Into the Harbour. Het nieuwe album is één groot samenwerkingsproject. Blijkbaar voel je je dus goed bij het werken met Jeff?
Ja, Bobby en ik hebben veel nummers geschreven, maar nu werkt hij voor Jon (Bon Jovi). En hij probeert een beetje zijn eigen weg te vinden. Hij geeft concerten in Red Bank, New Jersey, met een groep verschillende mensen, wat Jukes en wat anderen, waar hij maar zin in heeft. Jeff is natuurlijk een muzikant maar ook een geweldige samenwerkingspartner. We maken veel ruzie, wat altijd goed is. We discussiëren over songteksten, nummers, het is erg stimulerend. Als je al zo lang speelt, vind je sommige dingen vanzelfsprekend worden. Ik haat dat, ik wil dat niet hebben op het podium en al helemaal niet als ik schrijf. Dus Jeff is een nieuw soort partner voor me. Ik bedoel: ik ken hem natuurlijk goed, maar ik had nog nooit binnen bepaalde kaders samen nummers geschreven. We hebben veel gebotst, het bracht echt het beste in ons beiden boven, vind ik. Ik heb in het verleden ook nummers met andere mensen geschreven, met gemak en met plezier, en dat worden dan gemoedelijke, vrolijke uptempo nummers. Maar voor dit album had ik iemand nodig die me tot het uiterste zou drijven, en ik dreef hem tot het uiterste.

Southside Johnny en keyboardspeler Jeff Kazee, met wie hij het nieuwe album schreef.

De ondertitel van 'Pills and Ammo' is: a little chaos is good for the soul.
[Lacht.] Ik zei dat tussen twee opnames door en Joe Prinzo zei: dat moet je op het album zetten, aan het eind van een nummer. Kijk, we waren in de studio bezig met de ritmesectie, want ze zijn zo goed. Shawn Pelton en alle anderen, John Conte en Jeff, Bobby en Andy. We laten ze gewoon spelen. Aan het eind van het nummer laat je ze nog twee of drie minuten doorspelen, gewoon om wat gekkigheid uit te halen met het nummer, harder spelen, zachter spelen, kijken wat er nog meer in zit. Op een gegeven moment deden we een rave-up, ze gingen allemaal harder en gekker spelen, en dan hou ik me wat op de vlakte. Ik zong dus live met de band in de studio. Uiteraard stond ik in een andere kamer, want zij spelen zo hard, en daar sta ik dan in mijn eentje, zonder iets te kunnen horen.



Southside Johnny: "Go ahead, make some photos, but I am not tieing my shoes." (Foto's: Muriël Kleisterlee)

We hebben uit eerdere interviews begrepen dat dat de manier is waarop je graag een plaat opneemt; met een live-band.
We hoorden eens een interessant interview met Alain Toussaint, je weet wel, die geweldige songwriter/pianist uit. Hij schreef ieder deel van een nummer op, hij schreef iedere basnoot en drumnoot uit. En al die fantastische muzikanten uit New Orleans respecteerden hem genoeg om zo te willen spelen. Maar zo zit ik niet elkaar. Steve Van Zandt doet het ook wel eens op die manier. Maar hij vindt het ook niet erg om dingen te laten gebeuren, hij vindt het leuk als mensen hun eigen ideeën nastreven. Ik kijk naar die muzikanten en zie hoe goed ze zijn, hoe ze spelen, waar ze naartoe bewegen. Ik vang liever het moment dan dat ik iets schrijf waarvan ik denk dat het perfect is. Ze zijn beter dan ik, dus…

Dus je geeft de Jukes veel vrijheid?
Ja, veel vrijheid, tenzij iemand niet weet wat hij moet spelen. "Speel dit maar", zeg ik dan. Dat heb ik ook moeten doen. Meestal probeer je in de studio met de beste mensen te werken. Zij begrijpen je en je laat ze vrij spelen. 

'One More Night to Rock' en 'Keep on Moving' zijn twee geweldige nummers op het album die refereren aan je eerdere werk. Het lijkt ook een link te hebben met je leven als muzikant. Maar tussen die twee nummers heb je ook nog 'A Place Where I Can’t Be Found'.
Dat is ook een referentie aan mijn leven als muzikant [lacht].

Ik denk dat het ook wat meer de mens John Lyon is, met een meer introvert en privé-leven. Hoe houd je het evenwicht tussen die twee persoonlijkheden?
Eigenlijk zijn het allemaal dezelfde persoonlijkheid. 'One More Night To Rock' is als ik optreed, als ik op het podium ben. Soms heb ik het gevoel dat het nog niet helemaal gebeurt, je wil alles loslaten en het beste uit de avond halen, uit het moment dat daar is. Maar buiten het podium wil je soms liever met rust gelaten worden. Ik ben door de jaren heen wat meer een kluizenaar geworden dan voorheen. Toen ik een tiener was, hing ik in bars rond. Met bandjes, tot twee of drie uur 's nachts. Hoe graag ik ook speel, dat wil ik niet meer. Sommige mensen willen dat ik na de shows nog uit ga. Maar daarvoor ben ik te moe, ik heb dat zo lang gedaan, en vaak wil ik niet meer in een bar zijn. Ik woon in een kleine plaats. Mensen kennen me en weten dat ik een zanger ben, maar ze laten me met rust. Omdat ze weten dat ik dat wil. Maar op bepaalde plekken waar je komt, lopen mensen je achterna. Ik heb het meegemaakt, met name met Bruce en Jon Bon Jovi. Dat is zeker niet wat ík wil. Ik liep eens een keer met Bruce Springsteen over de boardwalk. Ik kijk achter me en zie wel zo´n stuk of driehonderd mensen die ons volgen. En weet je, we waren gewoon maar twee pratende mannen die over de boardwalk wandelden. Ik kon dat niet uitstaan. Je kunt nergens heen, zonder dat er iemand is die je aanstaart. Dat is niks voor mij. Daar gaat dat nummer over.

Denk je echt dat ze nooit een moment voor zichzelf hebben als ze over straat lopen?
Bruce zorgt er wel voor dat hij dat kan doen. Dan gaat hij ergens heen, met of zonder Patti. Hij straalt gewoon iets uit van “ja, je laat me dus wel met rust”. Ik heb hem dat zien doen. Maar er komt altijd wel zo´n gek naar hem toe, die schreeuwt en roept. Zo´n soort leven, dat kan ik niet begrijpen. Ik koop mijn groenten graag zelf in de winkel. Ik loop graag rond, rij in mijn auto, terwijl ik een beetje nadenk. Ik zou het haten als overal waar ik naartoe zou gaan veel mensen naar me toe zouden komen. Je moet je eens voorstellen hoe het is om in New Jersey te wonen als je Bruce Springsteen bent, en je probeert een privé-leven te hebben en gewoon een normaal mens te zijn. Het gaat simpelweg niet.

De Jukes hebben veel veranderingen ondergaan, er staan inmiddels wel zo´n honderd namen in de stamboom van de Jukes.
130 onderhand...

Wie staan er morgen op Bospop allemaal naast je op het podium?
Nou, Joey Stann zou er ook bij zijn, maar hij is ziek geworden… En dat hoorden we pas toen we het vliegtuig instapten, dus Joey is er niet... Eddie Manion is er wel met zijn baritonsax, hij moet wat tenorstukken overnemen op zijn bariton. Eens kijken wat er gebeurt [lacht]. Hij is misschien nerveus, maar ik niet [lacht]. Bobby speelt bij Bon Jovi, Andy York bij John Mellencamp. Glenn (Alexander) is wel bij ons, maar we hebben dus maar één gitarist. Dat wordt interessant, want op het album hebben we twee gitaristen. Maar Glenn is een geweldige muzikant, dus ik maak me er geen zorgen om.

En je hebt ook nog een nieuwe drummer, Tom Seguso. Waar duikel je al die mensen op?
Aanvankelijk deden we audities om nieuwe mensen te vinden, maar daar kreeg ik al snel genoeg van. Zodra je een reputatie opbouwt, omdat je een goede band hebt waar mensen bij willen spelen, dan krijg je telefoonnummers toegeschoven en gaan mensen je muzikanten aanbevelen. Rusty Cloud beval Jeff aan. Jeff beval John Conte aan. Tom Seguso, “the Goose”, werd ons ook aangeraden door wat mensen. We probeerden hem uit en hij doet het goed, een geweldige Juke. Hij past er goed bij. Geen fratsen, als je begrijpt wat ik bedoel. Hij is geen prima donna. Dat heb je nodig in een band als de onze. Zoals je wel kunt opmaken uit ons tourschema, hebben we geen privé-jets of bedienden. Het is gewoon heel hard werken. Je hebt mensen die niet echt veel werk aankunnen. Maar Tom doet het goed.Kennen jullie G.E. Smith? Een beroemde gitarist, hij heeft onder anderen bij Dylan gespeeld. Hij doet geloof ik ook Saturday Night Live of zoiets dergelijks. Enkelen van ons zijn al jaren met hem bevriend. En we hebben al vaak met hem gespeeld. Eigenlijk wilde ik hem op het album laten spelen met Bobby, maar hij had al iets anders. Toen zouden we Warren Haynes van de Allman Brothers vragen, die we vrij goed kennen, maar hij had ook al iets anders. Ik geloof dat het John Conte of Jeff was die zei: weten jullie wel dat Andy York weer hier is, laten we hem proberen. Ik kende hem niet zo goed. Ik houd wel van de muziek van John Mellencamp, maar ik had nooit zo op zijn muzikanten gelet. Dus ik zei: oké, laten we hem maar proberen. 

En wat heb je afgesproken met Bobby, kan hij weer bij de Jukes komen spelen?
Natuurlijk, als hij dat wil, dan kan dat. Ik weet niet zeker wat Bobby gaat doen. Jon heeft een tour, wij hebben een tour. We gaan wel een paar keer samen optreden. Ik weet eerlijk gezegd niet wat er gaat gebeuren. Het hangt ervan af wat hij wil. Hij wil iets met zijn eigen muziek doen, hij probeert een album af te maken. Ik denk dat na twintig jaar met de Jukes er wel genoeg van heeft.

Op dit album speel je ook met Gary US Bonds. En Little Steven deed mee aan de release party voor de radio. Hoe was het om met je oude vrienden te spelen?
Fantastisch. Gary en ik kunnen het erg goed met elkaar vinden, ik kom wel eens bij hem thuis in Long Island en het is zo'n soort vriendschap waar we elkaar steeds voor gek proberen te zetten, gewoon plezier maken. We kunnen goed met elkaar opschieten, ook met zijn vrouw en dochter. Ik voel me erg op mijn gemak bij Gary. Ik had zo´n New Orleans-getint nummer dat ik samen met iemand anders wilde zingen, en ik dacht: goh, wie zal ik hier nou eens voor vragen? Het duurde wel een maand voordat me te binnenschoot: o ja, Gary. Hij kwam voor de opnames en dat verliep vlot en leuk. Er zijn veel grapjes gemaakt op het album, dat is wat er gebeurde in de studio. Er stond niets opgeschreven, behalve de songteksten. En Steven, die zie ik niet meer zo heel veel omdat hij het zo verschrikkelijk druk heeft. En net zoals ik al zei: als ik vrij ben, ga ik ook niet de deur uit. Maar hij kwam naar de luistersessie en ik moest hem het podium opslepen, maar hij heeft meegespeeld en het naar zijn zin gehad. Hij houdt van garage rock, en dat is wat we speelden. Die luistersessie was geheel spontaan, zingen en dansen. Nummers roepen, dingen verzinnen, dus het was net als in een garage band.


Little Steven zingt mee bij Southside Johnny's listening party in New York, 2 juni 2010. (Foto: John Cavanaugh)

Ik geloof dat Steve begin dit jaar in een interview zei dat hij wat concerten met jou wilde doen.
Hij is altijd meer dan welkom om ons op het podium te vergezellen, maar er zijn geen echte plannen. Zodra we deze concertreeks in juli erop hebben zitten, ga ik eens polsen wat hij wil. Misschien dat we nog wel een album maken. Hij heeft wel eens van die periodes dat hij opeens metal wil spelen, of dit, of dat. Ik weet het niet, ik heb het er niet met hem over gehad, dus ik kan niet voor hem spreken. Maar als hij samen wil werken... ik werk graag met Steven samen. Hij is een van de beste mensen met wie ik heb samengewerkt, hij is een geweldige songwriter. Wat mij betreft is hij een van de beste songwriters van Amerika.

Door de jaren heen zijn er heel wat benefietconcerten in New Jersey geweest, waar veel lokale muzikanten, jij en Springsteen het podium deelden. De schoolbenefieten, de kerstshows en dergelijke met oude vrienden van de Jersey Shore. We zien veel bijzondere samenwerkingen en bijzondere nummers tijdens deze optredens. Zijn deze shows ook voor jou bijzonder?
Ze zijn op een bepaalde manier inderdaad wel bijzonder. Voor mij zijn het gemakkelijke optredens, omdat ik de show niet twee uur lang hoeft te dragen. Ik hoef me geen zorgen te maken over de kaartverkoop. Ik kan wat drinken als ik daar zin in heb. En Bruce is over het algemeen in een heel goede bui tijdens die shows, hij gaat gewoon zijn gang. Ik vind het geweldig om dat te zien. En we spelen meestal met andere muzikanten dan bij gewone optredens, Bobby’s band en wie er dan ook maar zijn gezicht komt laten zien. Het loopt soepel omdat we dit al dertig of veertig jaar samen doen. Steven, Bruce en Bobby, bij elkaar kennen we wel duizend nummers. Dus als iemand roept om een Bo Diddley-nummer, dan is dat een makkie. Voor mij is het leuk, het is niet zo'n inspanning.Toen ik Bruce voor het eerst zag spelen, improviseerde hij veel. Dat kan hij niet meer doen, want hij heeft een enorm oeuvre en hij weet dat mensen bepaalde nummers willen horen. Wij hebben dezelfde problemen. Nu heb ik een nieuw album uit en wil ik daarvan wat spelen, maar je hebt maar een beperkte tijd tot je beschikking. Dat kan lastig zijn. Maar als Bruce dat soort benefietshows doet, is het allemaal vrij spontaan.

Bruce en Southside Johnny bij de benefietshow voor Boston College in de Stone Pony,
Asbury Park, 17 oktober 2009. (Foto's: Jos Westenberg)

Morgen treed je op op een festival, je enige concert in Europa deze zomer. Hoe is het om op festivals als Bospop te spelen?
Nou, vorig jaar hebben we ook zo'n optreden gehad, niet op Bospop, maar op een festival in België. Ik was niet zo blij met die show omdat het geluid op het podium erg slecht was. Dat is het enige probleem dat ik ermee heb, meestal kun je geen soundcheck doen. Maar het publiek was geweldig, ik kom hier graag. Europa is voor mij altijd een prestatie, iedere plek buiten de Verenigde Staten eigenlijk. Omdat ik uit een kleine plaats kom, wilde ik altijd reizen. Dus iedere keer dat ik hier kom, heb ik echt het gevoel dat ik iets gepresteerd heb, ik ben dan in ieder geval niet in New Jersey. Niet dat ik niet van New Jersey hou, maar het idee om iets van de wereld te kunnen zien, is fantastisch. Vaak is het publiek hier heel erg enthousiast. Ze krijgen ons niet zo vaak te zien. Met de blazers erbij en zo. En die groezelige zanger.

Op Bospop zullen de mensen wel in een feeststemming zijn, want Nederland speelt de finale van het WK Voetbal.
Ja! We zijn ons steeds meer voor voetbal gaan interesseren sinds we vele jaren geleden, in de jaren zeventig, voor het eerst in Engeland optraden. Dus ik kijk al heel lang naar voetbal. De mensen in Amerika beginnen nu eindelijk ook meer naar voetbal te kijken en erover te praten. Het WK is groot in Amerika. Hoewel heel wat critici nog zeggen: wie geeft er nou om voetbal, zijn er veel mensen die er naar kijken. Dus we vinden het ook wel leuk dat WK. We hadden natuurlijk graag gezien dat Amerika door was gegaan, maar ik denk dat ze het goed hebben gedaan gezien hun mogelijkheden. Ik had het er over met mijn Belgische vriendin, maar België heeft het WK niet gehaald. Ik vroeg haar of ik supporter kon worden van Nederland. Ze zei: nou, vooruit dan maar.Jaren geleden moesten we eens optreden toen het American football-team de Pittsburgh Steelers de Superbowl hadden gewonnen. Ze wonnen al voor de derde of vierde keer achter elkaar. We moesten in Pittsburgh optreden en het publiek was krankzinnig. Er liepen honderdduizenden mensen door de straten. We gingen het podium op en kregen vijf minuten lang een grote staande ovatie, terwijl we nog geen noot hadden gespeeld! Het kon ze niet schelen, al zouden we Tiny Tim of the Carpenters zijn geweest, dat was ze om het even geweest. Ze waren zó blij. Dus ieder nummer dat we speelden was briljant [Southside moet hier nog smakelijk om lachen].

Heb je al wat nummers uitgekozen die je morgen wilt spelen?
Nee, dat zie ik morgen wel. We zullen wat nieuwe en wat oude nummers spelen. Ik weet dat mensen 'I Don’t Want to Go Home' willen horen en dat soort dingen, maar ik wil ook wat nieuwe nummers spelen. En we hebben veel ruimte om te zien wat er nog meer kan gebeuren. Dat is een van de mooie dingen van muziek maken, het toeval. Iemand maakt een fout en je gaat er gewoon in mee en ziet wel in welke richting het je voert. Soms raakt het publiek daar wat van in de war, maar soms leidt het tot heel mooie dingen.

In de herfst kom je weer terug naar Europa. Als het goed is speel je dan je twaalfde of dertiende show in Paradiso.
Echt waar? Zoveel al?!

En er is een concert in Groningen.Het lijkt er de laatste jaren op dat je steeds weer terugkomt naar Europa. Kunnen we je de komende jaren ook weer verwachten?
[Gekscherend:] Zolang ik maar geen vervelende ervaringen heb, want dan komen we nooit meer terug. [Serieus:] Nee, we komen graag terug. Zoals ik al vertelde kom ik graag naar Europa. Hood komt graag in Amsterdam, omdat hij daar dingen kan doen die in Amerika niet zijn toegestaan. Toen we voor het eerst in Paradiso speelden, was het zo wild, een kerk, de hasjrook, het was zo anders dan we gewend waren. We zijn altijd een beetje opgewonden als we hier weer spelen. Ik weet nog niet zeker of ik in de herfst ook een tweede gitarist meeneem, maar dat zien we nog wel. Misschien wel John’s broer Steve Conte, hij heeft pas nog met de New York Dolls gespeeld. Hij is een echte rocker en kent veel nummers. 

Nog een laatste vraag over je nieuwe album. Hoe moeilijk of makkelijk is het tegenwoordig om zonder de hulp van een platenmaatschappij nieuwe albums te verkopen?
Het is wel moeilijker geworden, want een platenmaatschappij kan bij een radiozender aankloppen en zeggen: laat dit eens horen, anders geven we je niet de nieuwste Lady GaGa, of waar ze op dat moment van in de wolken zijn. Dus het is lastig, en natuurlijk vooral op mijn leeftijd. De radio is alleen geïnteresseerd in de jongere generatie. Maar met het internet en een solide fanbasis komt het wel goed. Hopelijk kunnen we met dit album wat meer doen. Ik denk dat het wat toegankelijker is. Dus we proberen op de radio te komen. Sirius Radio, die satellietzender, is heel aardig voor ons geweest. De onderdirecteur is een oude vriend van ons. Steven heeft zijn eigen radioshow... veel mensen die ik ken hebben eigen programma's. Daarmee hebben we geluk. We zien graag dat het album wat meer gedraaid wordt, vooral in Amerika. Dat is niet zo makkelijk. Ze kunnen moeilijk aandacht aan je besteden als je niet bij de nieuwste trend hoort.

Maar gelukkig heb je je website, en zijn er social media zoals Twitter en Facebook.
Jeff (Kazee) houdt zich daarmee bezig. En (mijn tourmanager) Joe Prinzo. Voor mij is dat buitenaards terrein. 

Het is toch een mooie manier om met fans verbonden te zijn.
Zeker, wat ik er het mooist aan vind, en dat heb ik al heel vaak gezegd, is dat mensen zoals jullie op internet zien wat er gebeurt, je kunt bevriend raken met mensen in Engeland, Amerika, waar dan ook. En als je zin hebt om naar concerten te gaan, ga je. Dan speelt Bruce de ene week, en ik de week erna, en tussendoor is er misschien ook nog wel wat. Dan kun je komen en bij die mensen logeren, je kunt met ze meerijden naar concerten. Dat is geweldig. Ik wou dat ik dat had gehad toen ik een tiener was. Ik zou overal naartoe zijn gegaan om bandjes te zien optreden. Bluesbands, Otis Redding, Hendrix en zo. Maar toen hadden we nog geen internet. Je las over een show ergens in Atlanta, Georgia, en het kon gewoon bijna niet in je opkomen om daar naartoe te gaan. We hadden geen geld om de trein te nemen. En dan had je nog al die festivals in de jaren zestig. Het was moeilijk om die te bezoeken voor jongens als wij, we hadden er geen toegang tot.

Herinner je nog wat het eerste concert was dat je zag?
Het eerste optreden die ik ooit zag, bedoel je? Een van de eerste shows die ik hoorde was BB King, in ehh… '62. Hij speelde in de Orchid Lounge, een kleine betonnen club in het zwarte gedeelte van Asbury Park, op Brickman Avenue. Mijn broer en wat vrienden gingen er heen, maar we mochten niet naar binnen, want we waren twaalf, veertien jaar. We stonden buiten en luisterden door het raam heen, totdat er een man naar buiten kwam die ons wegjaagde. Kijk, wij waren van die dunne, blanke kereltjes, in zo'n ruige zwarte buurt, om 11 uur 's avonds. En ik herinner me nog dat ik die gitaar hoorde, door de muren heen, wauw, dat was geweldig...

En BB King speelt nog steeds.
Ja, hij speelt nog steeds. In het jaar dat ik geboren werd, speelde hij driehonderd en nog wat shows. Dat is ongelofelijk.

Het nieuwe album Pills and Ammo van Southside Johnny is, ook als download, te koop via de speciale Pills and Ammo-pagina op zijn website. In oktober spelen Southside Johnny & The Asbury Jukes in Amsterdam en Groningen. Voor beide shows zijn nog kaarten te koop.

Je kunt dit interview ook geheel in het Engels lezen.

 

 

 

 

 

 




OVER BE TRUE
E-MAILSERVICE