Boekrecensie 'Big Man. Real Life & Tall Tales'
Auteur of sprookjesverteller?
Boekrecensie 'Big Man. Real Life & Tall Tales'
04-12-2009
Coauteur Don Reo en Clarence Clemons.De Big Man is niet alleen groot van naam en gestalte, hij heeft ook een grote duim. En daaruit heeft hij grootse verhalen gezogen. Dat blijkt uit zijn boek 'Big Man. Real Life & Tall Tales', dat hij zelf aanprees tijdens de voorstelrondjes van de laatste concerten van de Working on a Dream-tour.
Door Kari-Anne Fygi
Laat ik maar direct met de deur in huis vallen. 'Big Man. Real Life & Tall Tales' is een uitermate vreemd boek. Het boek is aangekondigd als hét verhaal over het leven van Clarence Clemons, de legendarische sidekick van Bruce Springsteen. Geschreven door Clemons zelf (het autobiografische gedeelte in het boek) en zijn vriend Don Reo (die het biografische gedeelte voor zijn rekening neemt). Maar de helft van het boek (de grijze pagina's) bestaat uit fictieve verhalen. Uit de duim gezogen ontmoetingen met beroemde schrijvers als Norman Mailer en Thomas Pynchon, knappe dames en avonturen met Springsteen. Een rare keuze om deze fictie in een (auto)biografie mee te nemen, maar à la, we zullen het onder de noemer 'artistieke vrijheid' scharen. Wat vreemder is dat de andere helft van het boek, op de witte pagina's – het (auto)biografische gedeelte – ook niet louter op waarheid is gebaseerd.
Sensatie Er zijn vele signalen dat je de gebeurtenissen met een korreltje zout moet nemen. Springsteen geeft het, in het overigens korte, voorwoord aan: 'Dit boek komt zo dicht mogelijk bij de waarheid over Clarence Clemons als ik mij kan voorstellen. (…) er zijn misschien een of twee verhalen in dit boek waarvan ik met zekerheid kan zeggen dat ze niet zijn gebeurd. De rest zijn avonturen die mijn goede vriend zou hebben kunnen meegemaakt.'
Coauteur Don Reo checkte een aantal keer feiten uit een verhaal van Clemons bij Springsteens tourmanager George Travis, maar deze bleef geheimzinnig oppervlakkig en wilde bevestigen noch ontkennen. Reo schrijft: 'Soms als je hem (Clemons, KF.) vraagt naar interessante feiten over hemzelf, dan liegt hij.'

Coauteur Don Reo en Clarence Clemons.
En onlangs schreef toenmalige roadie Albee Tellone (in het boek foutief met Talon aangeduid) op het forum Greasy Lake dat het 'gevangenisverhaal' in het boek, over het optreden in de Sing Sing Prison eind 1972, is opgemaakt uit twee verhalen: het optreden in de gevangenis en een optreden bij een autoshow in Detroit in dezelfde periode. 'Ik wil het geen onzin noemen, maar het is een makkelijke manier om die show sensatievoller te maken', aldus Tellone. De lezer kan er niet van op aan dat wat hij leest, ook zo is gebeurd. Een groot gemis. En het boek is niet geheel foutloos geschreven.
Rivaal Clemons voelde in de beginjaren van de E Street Band grote antipathie voor drummer Vini Lopez, zo is te lezen. Daar kwam nog bij dat Lopez volgens hem ontzettende stinkvoeten had, wat vervelend was als je met z'n allen in een kleine kamer lag te slapen. Een keer was Clemons Lopez' gedrag zo zat dat hij hem aanvloog – en dat terwijl Lopez als de opvliegende bekend stond. Volgens Clemons is Lopez na die aanvaring naar Springsteen gestapt en heeft hij gezegd: 'Je moet kiezen: Clemons uit de band, of ik.' Lopez kon vertrekken. Clemons is vergeten hoe zijn toenmalige rivaal heette, want hij schrijft Vinni in plaats van Vini.
Lopez sprak Clemons na het optreden in Philadelphia (waar hij als gastdrummer een nummer meedeed) in oktober dit jaar en verzocht Clemons zijn naam in een volgend boek wel juist te spellen…
Extra dokter Is er ook wat positiefs over het boek te zeggen? Jazeker. De rode draad in het boek is de liefde van Clemons voor Springsteen en muziek. De verhalen over de band tussen Springsteen en Clemons vormen het mooiste deel in het boek. Toen Springsteen vroeg of de Big Man het nog trok, na de laatste Rising-show in Shea Stadium in 2003 waar Clemons het emotioneel moeilijk had. Of Clemons' boosheid als hij hoort dat Springsteen een extra dokter op tour wil meenemen, speciaal voor hem. Clemons stuurt Springsteen een bericht dat hij begrijpt dat Bruce dit doet omdat hij van hem houdt, maar 'geloof me, ik houd nog meer van mezelf dan jij van mij'.
Clemons schrijft dat hij met Ringo Starr op een hotelkamer in Japan was toen Springsteen hem belde en meedeelde dat hij niet verder zou gaan met de E Street Band. Clemons besloot na dat moment in 1989 nooit meer zijn haar te knippen. En tot op de dag van vandaag heeft hij zich daaraan gehouden.
Mannenliefde
Clemons zei onlangs tegen Associated Press over de relatie tussen hem en Springsteen: 'Het is liefde. Twee mannen – twee sterke, zeer potente mannen – die op een punt in hun leven zijn gekomen dat ze voldoende van hun mannelijkheid kunnen loslaten om de passie van liefde, respect en vertrouwen te vinden. Vriendschappen zijn op deze zaken gebaseerd, en je bezegelt ze met een zoen.' Hij refereert aan de kus die Springsteen tijdens de Working On A Dream-tour voor de show aan Clemons gaf.
Er staan vele leuke weetjes in het boek. Zoals dat na de tweede show in Shea Stadium, de New Yorkse politie zo verbolgen was over het feit dat Springsteen 'American Skin' uitvoerde, ze na de show de auto's van de vertrekkende artiesten en entourage de verkeerde kant op stuurde. Bruce, Clarence en de rest van de band stonden een uur lang vast op het parkeerterrein van het stadion. Maar dat vond de Big Man niet zo erg, schrijft Reo, de tijd werd gedood met het uitdelen van handtekeningen en praten met fans.
 |
|
Clarence signeert zijn boek nadat hij een exemplaar van Magic Nights in ontvangst heeft genomen (Foto: Muriël Kleisterlee).
|
Het indrukwekkendste deel gaat over de pijn die Clemons lijdt en de operaties die hij heeft ondergaan (en zal moeten ondergaan). Eigenlijk kwam het hele SuperBowl-gebeuren begin 2009 voor hem veel te snel. Hij was geopereerd aan zijn knieën en het herstel kwam langzaam. Clemons was depressief en zag zijn gezondheid somber in. Daarbij kwam dat hij een lichte hartaanval had gehad. Maar geen denken aan dat hij het SuperBowl-optreden aan zich voorbij zou laten gaan. 'Ik heb nog nooit een show gemist en dat gaat nu ook niet gebeuren', was zijn reactie. Tot vlak voor het optreden reed Clemons in een rolstoel en liep hij met krukken. Toen bij de rehearsals de man die de scheidsrechter speelde over het natte, gladde podium uitgleed, schrok hij zich dood. Als hem dat maar niet zou overkomen. Vlak voor de show hoestte Clemons bloed op. Bronchitis-gerelateerd, maar hij weigerde er een dokter voor te bezoeken. Niet zo vlak voor de show. 'De dokter zal me misschien vertellen dat ik niet kan optreden', zei hij tegen Don Reo. En de Big Man flikte het. Hij stond er, de hele show. Na afloop van die intense twaalf minuten in de tent van de E Street Band, omhelsde Springsteen de Big Man.
Mythe
 |
|
Philadelphia 2009 (Foto: Jos Westenberg).
|
De indruk die je van Clemons krijgt als je 'Big Man, Real Life & Tall Tales' leest is, dat de man in zijn eigen mythe is gaan geloven. Op het podium voelt hij zich een 'motherfucker'. Hij is de Big Man en wenst buiten het podium ook zo behandeld te worden. Maar al zou hij dat niet wensen, dan zou het toch gebeuren. Dat wordt vooral duidelijk in de verhalen van coauteur Don Reo, die met verbazing het hele circus meemaakt en, ondanks dat hij geen onbekende is in de wereld van entertainment, soms verwonderd schrijft over wat Clemons overkomt. Clemons is voor iedereen de Big Man.
De geloofwaardigheid van veel verhalen is de grootste tekortkoming van het boek, naast die vage, fictieve verhalen op de grijze pagina's. Als je een leven als dat van de Big Man leidt, heb je toch geen fictie nodig, zou je denken.
Big Man. Real Life & Tall Tales (2009). Clarence Clemons & Don Reo. With a Foreword by Bruce Springsteen. Grand Central Publishing, 363 pagina's, $ 26,99, ISBN: 978-0-446-54626-3.
Te bestellen bij o.a. Bol.com |